
Een keer een heel ander onderwerp, beetje gewaagd misschien 😉 Ik ben dol op sportboeken. En dan vooral die boeken, waarbij het draait om de psychologie erachter. Het mentale gedeelte. Ik verslind ze. Het helpt me verder. Steeds stuit ik daar op een zinnetje, het blijft maar door mijn hoofd spoken: “being coachable”. Coachbaar zijn. Tja, wanneer ben je dat? Wat levert het je op? Waarom? Maar ook de andere kant: hoe kun je iemand helpen? Wanneer neemt iemand iets van je aan? En hoe ver moet je gaan met iets duidelijk maken?
Mijn loopmaatje noemde me vroeger dat hij me wel als trainer zag. Ik moest alleen maar lachen en noemde dat ik nooit voor een groep zou staan. En nu, een jaar of 15 later, vind ik het geweldig. Ik geniet er van, het geeft me energie. Dat is niet zo zeer om het sporten. Het is vooral om de mensen. Wekelijks zie ik allemaal verschillende mensen in mijn trainingsgroepen. Mensen die ik allemaal ken, steeds beter ken. Verschillende leeftijden, verschillende persoonlijkheden. En juist dat maakt het zo leuk. Ik bouw met iedereen iets op. Iets waar je steeds verder mee kan. Iedereen heeft een ander doel, een andere reden om daar bij de training te staan. Of om er juist niet te staan.
Ik dacht dat ik pas een goede trainer of coach zou zijn als ik er alles vanaf wist. Mensen benaderden me, stelden me vragen, vroegen om hulp. En steeds meer merk ik, dat dat is wat ik leuk vind. Mensen helpen vanuit mijn ervaringen. Ik kan niet alle antwoorden geven. En dat hoeft ook niet. Wat ik wel kan, is luisteren. Luisteren naar de verhalen. Naar de vragen. Kijken. Observeren. En in gesprek gaan. Samen zoeken naar antwoorden. Ogen openen. Motiveren. Een schop onder de kont geven. Of juist afremmen. Maar ook een schouder bieden. Interesse tonen. En van al die verschillende persoonlijkheden, een groep maken. En weet je, dat is toch leuk!
Maar terug naar het onderwerp. Hoe kan ik al die verschillende persoonlijkheden helpen bij hun individuele vragen, doelen, behoeftes. Hoe kan ik zorgen dat het wordt gehoord, dat het wordt aangenomen. Dat de ander zich geholpen voelt. Dat de ander groeit. Dat is een zoektocht. De trainingen zijn het uitgangspunt. Hoewel ik steeds meer merk, dat alles wat er omheen gebeurt, veel belangrijker is.
Toen ik begon met Running Miracle sprak ik met mezelf af om alles vanuit mezelf te doen, vanuit mijn gevoel. Bij mezelf blijven, mijn eigen normen en waarden. En ik denk dat ook juist dat is, wat voor mij werkt. Je trekt de mensen om je heen aan op jouw energie. En dat zie ik terug in de groep. Hoe al deze mensen bij elkaar, zich vormen als groep. Er voor elkaar zijn. Mijn rol is beschikbaar zijn. Ik ben niet de trainer die voor de groep gaat staan schreeuwen. Dat past niet bij mij en ook niet bij de mensen die ik train. Ik kom met ideeën, zet mensen aan tot actie. Ik kijk waar iedereen staat, wat een ieder wil. En soms push ik wat verder. Gesprekken, verbinding. Ik probeer ieder individu te zien, maar dan ook echt te zien.
Alle verschillen, het zoeken, het aftasten, dat maakt het bevredigend. Ook uitdagend. Het schudt me regelmatig wakker, het houdt me alert. En misschien nog wel het belangrijkste: het laat me groeien. Ook op alle gebieden buiten Running Miracle.
Ik geniet van de jeugd die keihard traint. Lol heeft. En begint te puberen. Het meisje dat bijna een spreekbeurt heeft en het heel spannend vindt. Ze wil tijdens de training in de groep wel even oefenen en wordt aangemoedigd door de hele groep. De jongens die van alles een wedstrijd maken, steeds sneller gaan, elkaar daar in opjutten. Het gesprek aangaan met het meisje dat een beetje verlegen is, die je bijna niet hoort. Een pleister plakken. Een beetje verder pushen. Begrip hebben als de eerste schooldag er weer inhakt. Maar bovenal, alle kids zien als eigen persoon. Ze zien groeien, stuk voor stuk. Maar ook zien wat voor fijne, veilige groep we met elkaar neerzetten.
Zo geniet ik ook van de volwassenen die allemaal met hun eigen reden komen. Hard trainen. Fit willen zijn. De sociale contacten. De vrouw die bij het begin begon en nu een marathon loopt. Of de vrouw die al tijden niet lekker liep en nu ontspannen kan lopen en ervan geniet. De mensen die elkaar vinden tijdens de training en lief en leed met elkaar delen. Elkaar een knuffel geven als situaties soms even zwaar zijn. Er met elkaar staan als een loopmaatje erg ziek is. Met elkaar meedoen aan een wedstrijd. En zoeken naar alternatieven als het lopen even niet lukt. En ook hier, met elkaar en er voor elkaar zijn.
En coachbaar zijn en de juiste snaar vinden? Daar blijf ik graag naar zoeken en boeken voor verslinden. Ik ga het gesprek aan en ben beschikbaar, voor een ieder, stuk voor stuk!
De andere kant is er ook, al is dat een nog gewaagder gedeelte om een betoog over te schrijven. Waar ik zoekende ben in hoe ik mensen goed kan coachen, vind ik het ontzettend lastig om mezelf te laten coachen. Toen ik met hardlopen begon, trok ik mijn eigen plan. Binnen no-time liep ik mijn eerste halve marathon en vlak daarna stortte ik me op een trailrun van 29km met flink wat hoogte meters. Tot de trainer van de loopgroep er lucht van kreeg en me van de nodige, harde feedback voorzag. “Onverantwoord”, noemde hij het. En dat wil je de avond voor zo’n avontuur niet horen. Daarna besloot hij me, op verantwoorde wijze, te helpen naar m’n eerste marathon. Maar ook daar kwam de feedback toen ik van de eerste training al heel iets anders maakte dan dat in het schema stond. Mijn loopmaatje noemde een ongeleid projectiel en ik besloot dat dat prima bij me paste. Ik deed m’n best om het schema te volgen, maar vond de voorzichtige aanpak vaak erg overdreven.
De jaren rond de zwangerschappen was ik net zo aan het freewheelen. Ik kende de theorieën van opbouwen wel, maar trok me er weinig van aan. Toen mijn jongste 2 was, liep ik weer een marathon, zonder serieuze opbouw. De euforie bleef uit. En vanaf dat moment bereide ik mijn sporten uit naar andere disciplines. Mijn dromen werden groter en dus moest de aanpak serieuzer. Ik trainde al bij de bootcamp en volgde daar ook een traject van Blueprint Bodyplan. Het begon met voeding, maar ging ook over doelen en gaandeweg kreeg ik van een van de trainers hulp met mijn trainingen. Dat kreeg steeds meer vorm. Ik krijg nu iedere maand een nieuw trainingsschema wat aansluit bij waar ik sta en waar ik voor wil trainen.
Het volgen van de schema’s gaat nu goed. En ik wil graag zeggen dat het voor de rest ook goed gaat en dat ik enorm coachbaar ben, al denk ik dat de trainer(s) dat niet meteen zullen beamen. Steeds meer merk ik nu dat ik behoefte heb aan hulp, meedenken, feedback krijgen, me attenderen op mijn blinde vlekken of me juist dat expliciet benoemen wat ik eigenlijk wel weet. Van jongs af aan ben ik gewend om veel, zo niet alles, zelf te doen. Ik vroeg nooit om hulp, ik had een ander niet nodig. Ik kon alles zelf. Maar natuurlijk is dat niet zo. Het kan zo helpend zijn als anderen meedenken. En daar kom ik nu meer en meer achter. Neemt niet weg dat ik het vaak moeilijk vind om aan te nemen. Ook hier, ik hoor alles, ik neem alles in me op. Maar ik heb tijd nodig. En soms moet ik het gewoon voelen. De afgelopen maanden was op dit gebied een grote leerschool. Van alle kanten werd me genoemd om een stap terug te doen. Confronterende gesprekken. Feedback die ik niet wilde horen. Pijntjes in mijn lichaam die ik niet wilde voelen. Het kwam hard binnen en uiteindelijk luisterde ik naar alles.
Zoals ik zoekende ben in hoe ik andere mensen coach, ben ik ook zoekende in hoe ik me kan laten coachen. “Growth and comfort do not coexist.”
Lieve groet, Cobie
