Lara Croft

Als ik met mijn dochter door een winkel loop, valt haar oog op een afbeelding van Tomb Raider, Lara Croft om precies te zijn. “Zo wil ik later ook zijn”, zegt ze meteen. En ik denk ook echt dat ze dat meent. Zelfverzekerd, sterk, gespierd. Er straalt een power van uit. Ik snap haar wel. Ik noem iets in de trant van dat ik ook wel zo wil zijn. En ook ik meen dat 😉 Mijn gedachten dwalen af, terug in de tijd naar de Ultimate Warrior. Daar voelde ik een power in mezelf. Ik stond er zelfverzekerd, ik voelde me fit, krachtig. Misschien wel een beetje zoals Lara Croft, op die afbeelding, daar in die winkel. En ik nam me voor om me dat nooit meer te laten ontglippen.

En toch.. Eerst was er verdriet. Een lichte blessure. Vakantie. Vermoeidheid. Ik trainde door, maar dat knallen van eerder, dat lukte niet. Ik had geen zin meer om te lopen. En als je niet (genoeg) gaat, dan gaan je prestaties vanzelf wel achteruit. Bepaalde onderdelen gingen nog best lekker. En dus zette ik daar meer op in.

Als ik harder zou gaan trainen, zou alles wel weer beter gaan. Ik moest gewoon een knop omzetten. Looptijden kwamen niet meer in de buurt van 1,5 jaar geleden. Ik had geen zin om te gaan lopen en als ik wel ging, dan was het zwaar. Mijn VO2max was in een jaar tijd gedaald van 53 naar 45. Met de burpees tijdens de laatste 3 hyroxwedstrijden voelde ik me zo beroerd, duizelig, zwarte vlekken, hoofdpijn. En moe, waar ik vorig jaar elke dag om 5.30uur opstond en aan 6 uurtjes slaap genoeg had. Moest ik mezelf nu na meer dan 7 uren en om 6.15uur het bed uit schoppen. Ik viel standaard na iedere training in bad in slaap en bleef er veel te lang in liggen, ik kon mezelf er niet uit krijgen. Veel en snel buiten adem, koude handen, chaotisch. Ik kan nog wel even door gaan.. Overal had ik wel een verklaring voor. Ik trainde veel, volgens de mensen om me heen, te veel. Dus dat was toch de verklaring voor alles. Eerder noemde ik al eens iets over keuzes maken. Over alles willen en dan soms in de prestaties iets in moeten leveren. Daar had ik vrede mee. En dus dacht ik niet door, wilde ik ook niet doordenken.

Tot een trainer me een keer met alles confronteerde. Ik snapte weinig van wat hij bedoelde, maar het bleef wel door mijn hoofd spoken. Hij noemde van alles op verschillende gebieden. En stuurde ook aan op bloed prikken. Wat hij en mensen in mijn omgeving al eens eerder hadden genoemd. Deze keer besloot ik toch te gaan. De huisarts vroeg nog waarom ik dat wilde of ik er een reden voor had. “Nee, ik sport nog al veel en alles gaat net niet zo lekker als vorig jaar.” Gelukkig was dat genoeg. Ik bekeek de uitslagen online. En daar waar ik mezelf nog graag als een soort popeye wilde zien, stond op het scherm toch echt het tegenovergestelde. Zowel ijzer als HB heel laag. Ik zocht op Google en concludeerde dat alles wat ik de afgelopen tijd voelde, hier bij kan horen. En ook las ik dat het lang duurt, voordat alles weer op het goede niveau is.

Ik baalde! Zo veel plannen.. en nu. Mijn huisarts was afwezig en dus bleef ik zitten met mijn vragen. Ik kocht ijzer bij de drogist en ijzerrijke voeding. Maar ja, mijn planning.. Ik deed met mijn kinderen mee aan een hyroxachtige wedstrijd, niet wetende of het verstandig zou zijn. Ik twijfelde aan mezelf, aan mijn lichaam. En wat voelde het fijn dat het gewoon lukte, dat mijn kinderen straalden en dat we dit met elkaar konden doen. Samen met mijn loopmaatje liep ik een 10km, in tig gedeeltes. Mijn benen voelde daarna of ik er 30 gelopen had. Ik sloeg de ochtendtrainingen grotendeels over deze week en pakte meer rust. Zaterdag was er de adventure run, waar mijn survivalmaatje en ik ons al tijden op hadden verheugd. 8 Uur lang, mountainbiken, hardlopen, kano varen, en steppen. Tussendoor opdrachten doen, navigeren en survival hindernissen. Dit wilde ik niet aan me voorbij laten gaan. We appten en spraken af om echt voor het plezier te gaan, dat stelde me gerust. Want om eerlijk te zijn vond ik 8 uur al spannend en nog twee keer 75 minuten autorijden erbij..

We konden zelf kiezen wat we gingen doen, waar we stukken skipten. We besloten vooral voor het mountainbiken te gaan. En dat ging ook goed. De stukken wind tegen vond ik zwaar en daar hapte ik naar adem. Mijn maatje ging voor me fietsen en hield me uit de wind. Het lopen was dramatisch, veel buiten adem. Dus werd het continu afwisselen tussen hardlopen en wandelen en beperkten we het lopen. Het werd nog 12,5km, waar ik dan wel weer blij mee was. Het steppen ging op zich best oké, al vond ik het verschrikkelijk om te doen. Dat werd een kilometer of 7. Voor het kanovaren hadden we niet veel tijd, het werd een kilometer, wat wel echt genieten was. Net als de special tasks en de survivalhindernissen. Het navigeren ging goed. En we hebben beide van begin tot einde genoten, niet 1 dipje gehad! Na 7 uur en 55 minuten passeerden we blij, voldaan de finishlijn. De lasagne stond klaar en we kletsten met andere deelnemers. Wat blij dat dit zo lukte!

Vandaag voelt mijn lichaam moe. Ik heb een lichte hoofdpijn en mijn wangen zijn rood en warm, een beetje een koortsig gevoel. Ik weet niet of het onder andere omstandigheden anders zou zijn. Ik voel me in ieder geval nog steeds heel blij en dankbaar ook dat het lukte!

Ik moedig de mensen aan bij de halve en hele marathon. En fiets de halve stad door om mijn zoon en vriendje en lopers van Running Miracle aan te moedigen bij de 10km. Wat voel ik me trots! Ze lopen stralend door de straten en lopen allemaal mooie tijden. De jongens stralen van oor tot oor! Ze hebben het samen gedaan, vlak gelopen met keiharde eindsprint. Het maakt me zo trots!

Ik krijg de vraag of ik het niet jammer vind dat ik niet mee loop. Ik blijf even stil. Voor nu niet! Ik heb gisteren mijn moment gehad en daar ontzettend van genoten. Ik hoop dat ik alles snel weer op de rit heb. Dat mijn VO2max weer stijgt, ik de tijden weer loop van eerder en ik er ook weer zin in heb. Dat ik meer adem heb, niet meer duizelig ben en dat ik misschien ook wel veel sterker ben. Ik kijk vooruit en ik zie een beeld voor me, zo’n soort Lara Croft in Tomb Raider. Ja, dat wil ik ook wel zijn!

Lieve groet, Cobie

Lessen

Oké ik zal het meteen maar bekennen, ik ben hardleers.. Wie niet horen wil, moet voelen. En nu zou ik natuurlijk meteen moeten zeggen dat ik m’n lesje wel geleerd heb. Maar ja, ik ken mezelf…

Met al het sporten zoek ik mijn grenzen op. Dat weet ik, dat wil ik ook graag. En regelmatig voel ik het ook aan mijn lichaam. Er is zo veel wat ik wil, wat ik leuk vind. En ja, ik kan ook wel bekennen dat ik verslaafd ben. Het lijntje waarop ik balanceer is vaak dun. Ik houd het goed in de gaten. En ik roep ook naar iedereen die me erop aanspreekt, dat ik de balans bewaar. Natuurlijk kan dat niet altijd goed gaan. En dan kom je jezelf tegen…

Meerdere pittige trainingen op een dag, een paar dagen achter elkaar. Nieuwe oefeningen erbij. En die eindeloos blijven herhalen. Een survivaltraining en meteen daar achteraan een krachttraining. We doen een warming-up en beginnen met licht gewicht, het voelt meteen al zwaar. We verhogen iets, de eerste keer kraakt alles. Ik til hem nog eens op en voel en scheut door mijn hele rug heen gaan. Ik wil er niks van weten. Ik noem het half en besluit niet te verhogen. Wel ga ik door met squatten, pull-ups en een benchpress. En voel bij de laatste oefening wel dat het niet goed zit. In de loop van de dag wordt mijn rug zo stijf en de volgende dag kan ik amper bewegen. Ik baal! Ik heb nieuwe trainingen die ik nu niet kan doen. En het is nog 5 dagen tot de hyrox, de mixed double waar ik zo veel zin in heb. En ik zet het met zoiets onbenulligs op het spel..

Ik ben gewaarschuwd. De trainer die helpt met de trainingen wil graag filmpjes van mijn pull-up progressie zien. Hij noemt meermaals dat het lijkt of ik vermoeid ben. Hij doet suggesties, ik negeer het. Ik let immers goed op mijn balans. Op woensdagavond, na meerdere pittige trainingen, noemt hij nog meer. Hij heeft het over mijn techniek bij verschillende oefeningen, over het lopen waarop ik alleen maar heb ingeleverd. Hij haalt voeding en slaap hier ook bij aan. Alles blijft door mijn hoofd heen spoken. En ik weet niet zo goed wat ik er mee moet. Als ik hem dat anderhalve dag later aangeef, raken we erover in gesprek. Mijn voeding wordt aangepast, waar ik eigenlijk wel heel blij om ben. Hij stuurt me nieuwe trainingen en benoemt dan nogmaals hoe belangrijk herstel is en dat ik ook eigenlijk meer moet slapen. Ik hoor en lees het allemaal wel, maar leg het toch nog naast me neer. En dan een dag later gaat het mis. Mijn puberzoon stond bij het gesprek en is nu vriendelijk genoeg om er nog even in te wrijven dat de trainer toch wel gelijk had. En dat wordt me ook de dagen daarna wel steeds triomfantelijk genoemd..

Zelf ben ik overtuigd dat ik een dag later wel weer volle bak kan sporten, ik heb immers nieuwe trainingen die wachten. En dat deel ik ook met de trainer. Hij vraagt nog wat ik doe als het niet lukt.. verplicht herstel? Met een knipoog. Een dag later zit er inderdaad niets anders op.

Als ik op woensdag nog niet rechtop kan staan zonder pijn, begin ik hem toch wel een beetje te knijpen. Het boksen is wat aangepast en het lukt me om 800 meter in gedeeltes in een heel sloom tempo te lopen.. Ik moet beloven om donderdag niks meer te doen en ook op vrijdagochtend niet. Op donderdag app ik met de eigenaar van de bootcampclub en tevens fysio. En bij hem kan ik vrijdagochtend terecht. Ik ben niet van plan om de hyrox te laten schieten. Hij geeft aan de pijn niet weg te kunnen nemen, maar wel voor meer beweeglijkheid te kunnen zorgen. Hij masseert en kraakt alles los, het voelt veel soepeler. Ik krijg de opdracht voor een goede warming-up te zorgen, het warm te houden en een goede cooling-down te doen.

Als we in de warming-up zone zijn, probeer ik voorzichtig hard te lopen. Ik heb de maximale dosis paracetamol en ibuprofen genomen. Het lopen lukt, al is het wel met pijn. Ik houd mezelf voor dat de adrenaline van de wedstrijd alles gaat verdoven.

En wat ben ik blij als het allemaal lukt! Ik voel mijn rug onder het lopen, maar kan er wel doorheen. En ook het tempo wel lopen wat ik wil. Mijn maatje remt me regelmatig af. Ik ben door mijn rug zo goed uitgerust, mijn lijf heeft er (op mijn rug na) zin in. Ook de sleetjes waar ik er tegenop keek, gaan goed. Het is de eerste keer met mannengewicht voor mij. En dat vond ik sowieso al spannend, en nu helemaal. Ik focus me op de techniek en weet mijn rug te sparen. De eerste burpees gaan ook prima, tot ik me zo beroerd voel. Duizelig en zwarte vlekken. Mijn maatje doet een paar extra, we lopen daarna iets rustiger. En gelukkig zakt het dan weer. De farmer carry kan mijn rug ook prima hebben. Als ik de zak voor de lunges in mijn nek wil gooien, voel ik hem wel. Mijn maatje helpt me. Bij de lunges krijg ik het zwaar. Het extra gewicht hakt er nu in en de vermoeidheid slaat toe. We doen steeds korte stukjes. Ook tegen de wallballs keek ik erg op, en mijn maatje ook. Ik focus me op diepe squats en dat lukt. Ik gooi twee keer mis, maar heb 0 no-reps en ook geen krukje nodig. Mijn maatje heeft er meer moeite mee. Ik kan er wat van hem overnemen en dan komen toch eindelijk die 100 in zicht. Wat ben ik blij dat het gelukt is! En ook op zo’n manier!

Naderhand voelt mijn rug niet erger. En ook op zaterdag en vandaag niet. Wel is er een mega spierpijn voor in de plaats gekomen. En vandaag staat er een hardloopwedstrijd op de planning. Lang heb ik getwijfeld wat ik zou doen, me toen toch maar voor een 5km ingeschreven met mijn kinderen samen. En vanmorgen weet ik het nog niet.. Ik wil wel met mijn zoon meelopen, maar ik wil ook wel mijn grens opzoeken. Hij is blij met mijn spierpijn. Hij stuurt aan op gezellig samen lopen en niet op de grens opzoeken. Ik stem toe. Maar ja, waar hij dat kan, niet fanatiek zijn en gaan voor plezier, lukt mij dat niet. Ook nu niet. Ik heb een half uur in gedachten, 6min per kilometer en ga hier ook op lopen. Mijn zoon is het na een kilometer zat. Hij heeft tranen in zijn ogen en stuurt mij weg, hij wil gewoon lekker lopen. En niet dit gejaag. Ik ga, ik geef 2 kilometer gas. Ik loop net onder de 6min/km, maar toch ben ik niet blij. Alles doet zeer en ik baal dat ik hem alleen heb achter gelaten. Bij kilometer 3 wacht ik op hem, we lopen samen verder. Hij heeft zo mooi vlak gelopen. Hij oogt ontspannen en kan er in het stadion nog een flinke eindsprint uitpersen, wat mij niet lukt. Bij de finish knuffelen we en noem ik hem dat het me spijt. Hij vindt het niet erg. Als ik later naar iemand anders noem, dat ik zijn loop heb verprutst, barst hij in tranen uit. Hij zegt me dat dat niet zo is. Maar toch had ik dit anders moeten aanpakken. Ik kan zo veel van hem leren!

Om eerlijk te zijn, heb ik nog zo veel te leren. De trainer appt en ook dat gesprek gaat weer op dezelfde voet verder. Hij informeert hoe het gaat, ik heb het over weer volle bak trainen. Hij trekt conclusies over veel doen, te weinig slaap en spierpijn. En vraagt me nog of ik niet beter voor herstel kan gaan..

Lessen…

Lieve groet, Cobie

Don’t complain, enjoy the pain

Lekker! Eindelijk gaat het allemaal weer lekker en kom ik weer in een flow. Ik heb plannen, wensen, doelen. En ik merk dat ik op verschillende fronten weer vooruit ga. En dat is zo lekker!

Regelmatig zeg ik dat een training lekker is gegaan. Maar misschien is het ook wel eens leuk om de andere kant te belichten. Ik vraag me namelijk met regelmaat af of ik toch iets masochistisch over me heb. En of al die andere sporters dat ook hebben..

Laat ik beginnen met het hardlopen. We zeggen altijd dat het zo fijn is, we benoemen alle positieve kanten. Maar weet je, zo’n intervaltraining op je grens, die doet echt pijn. Die laatste paar herhalingen zijn verschrikkelijk. Longen branden, benen willen niet meer. Met een beetje pech komen maag en darmen in opstand en voel je je beroerd. En dan dat stemmetje waar je tegen vecht; “stop maar, het is kansloos, je kan ook rustiger aan doen”. En toch, als je zo’n training volbrengt, die voldoening!
Dan is er ook de lange duurloop. Gewoon lekker lopen op een rustig tempo. Heerlijk dwalen, je hoofd leegmaken. En het liefst in de natuur. Maar dan ga je verder, steeds iets. Zoek je je grenzen op en wil je daar voorbij. Je benen verzuren. Met het verleggen van je grenzen, leer je daar doorheen lopen. Lange afstanden leren je het stemmetje het zwijgen op te leggen. Terwijl je rust vindt in je hoofd, gaat elke vezel in je benen zeer doen. En ook naderhand blijven je benen zeer doen, soms wel dagenlang. En toch, terwijl die pijn er nog zit, denkt je hoofd al weer aan lopen. En weet je dat je nog verder kan. En wil.

Ik ben ook fan van hyrox. Kracht en duur wordt gecombineerd. Het lopen zou als “rust” kunnen dienen. Maar weet je, het komt neer op sporten met een maximale hartslag. Onderdelen als de burpees en de wallballs zijn een hel. En al helemaal als je misselijk en duizelig bent. Maar toch wil je dat PR halen en ga je er doorheen. Om na de finish met andere deelnemers even helemaal van de wereld te zijn. De trainingen zijn vaak niet heel anders, soms nog extremer dan de wedstrijd zelf. En toch, doe ik elke week meerdere trainingen. Koop ik steeds opnieuw een veel te duur ticket. Ik word er gewoon zo blij van.

Aan krachttraining heb ik inmiddels ook mijn hart verloren. Regelmatig is het zwaar. Soms zijn de herhalingen veel, deel je het op. Zie je je zat en wil je lichaam echt niet meer. En ook hier geeft het een kick om je grens op te zoeken. De barbell brandt in je handen. Schouders, benen of buik doen zeer. En dan is er nog de spierpijn naderhand, soms dagenlang. Het kan zo zeer doen dat het je bewegingen beperkt. Of tot een misselijk gevoel aan toe. En toch, ga je weer. Wil je zwaarder en wil je meer.

Survival doe ik ook, vooral met mijn kinderen. Dus dat is vast wat milder, alle kids die er zoveel plezier in hebben. Wat heb ik me daar op verkeken! Wat een bikkels zijn al die survival mensen. Blauwe plekken en schuurplekken worden medailles genoemd. Grip wat brandt. De eeltlaag wordt elke week dikker. Als je een hindernis niet haalt, moet je overnieuw beginnen. En dan is er nog het stuk angst. Veel hindernissen zijn best spannend (in het begin), maar dat wordt door niemand als excuus gebruikt. Steeds verder verleg je je grenzen op dit gebied. Wat een kick om steeds wat nieuws te leren, te kunnen. En voor mij ook om samen met mijn kinderen te kunnen sporten.

Sinds kort voeg ik ook kickboksen aan het rijtje toe. En dat gaat vaak nog wel een stapje verder. De eerste training begon met touwtje springen (zo begint elke training) op blote voeten. Ik leerde meteen dat ik niet mis wil springen. Niemand die verblikt of verbloost als het touw tegen je tenen striemt. Ik ben al 3x met een bloedneus thuis gekomen. 1x Heb ik minuten lang langs de kant gestaan, het bleef maar lopen. En weet je wat pijn deed, dat ik zo graag verder wilde sparren. Rake klappen, ook op je gezicht, daar moest ik wel aan wennen. En dan de trappen. Ik ben er nog steeds niet achter hoe ik ze op moet vangen. En of ze ooit minder pijn gaan doen. Soms loop ik de dag erna kreupel, of skip ik de looptraining maar. We sluiten steeds af met buikspieren, en die zijn pittig. Je ligt daar met handschoenen aan, scheenbeschermers voor en bitje in, want tijd om het uit te doen, is er niet. Na het sparren meteen door. Je vecht tegen jezelf of om het tempo bij te houden. Want als het niet lukt, telt het niet. Of beginnen we met z’n allen opnieuw. En dat wil niemand op zijn geweten hebben. Als ik naderhand naar huis fiets, verheug ik me al weer op de training van volgende week. Het is zo heerlijk, een uurtje volledig in je focus zitten.

Maar weet je wat nou echt pijn doet? Niet kunnen sporten, niet kunnen knallen. Een blessure of iets anders dat je beperk. Je lichaam wordt onrustig en je baalt.

Mijn conclusie; het sporten is gewoon zo lekker, wat je ook doet! Er is niks mis met een beetje masochisme 😉🤫

Lieve groet, Cobie 

Blijf naar je hart luisteren, het zal je de weg fluisteren

Vandaag zag ik een instagrampost voorbijkomen die me aansprak. Het ging over wat het sporten voor die persoon betekende. Ik herkende mezelf erin. Het was niet allemaal prachtig, niet allemaal tot de max. Wel was het realistisch en vooral dat raakte me. Plezier, gedrevenheid en eigen keuzes maken. Hij belichtte het sporten van verschillende kanten. Voor zichzelf, om fit te worden en te blijven en ook dat voor zijn omgeving. Het sociale, samen met anderen. Voor de lol, om te inspireren. En ook samen met zijn kinderen. Het ene moment een shot waarin hij keihard aan het knallen was, het volgende shot liet zien hoe hij bokste met zijn dochter, heel gemoedelijk. Ik herkende mijzelf hier volledig in.

In mijn laatste blog besprak ik mijn zoektocht. Ik kijk terug op een fantastisch jaar. Ik heb veel gedaan waar ik van droomde. Ik ben gegroeid. Ik heb genoten. De plannen voor 2026 liggen klaar. En als ik daar doorheen scrol, dan voel ik die man van de instagrampost. Mijn plannen gaan alle kanten op. Ze zijn ambitieus. Misschien te, maar dat moet blijken.

Ik ben nog zoekende in de manier waarop. In de balans vooral, want dat is niet mijn sterkste punt. En daar loop ik tegen aan..

Er is Running Miracle, de trainingen, de coaching. Dat geeft me veel energie. Het maakt me zo blij! Mensen motiveren, stimuleren, begeleiden. Helpen op welke manier dan ook. Regelmatig train ik mee, loop ik mee. Of plan ik spontaan wat in met mensen samen. Genieten is dat!

Mijn kinderen zijn er, zij hebben ook wensen, doelen. Ze willen grenzen verleggen, nieuwe dingen leren. En wat is er mooier dan dat samen te doen. Naast hun staan in hun avontuur.

En dan zijn er mijn eigen wensen, doelen, dromen. Deels alleen en deels samen. En deze zijn ook erg gevarieerd.

En dat maakt dat mijn trainingen alle kanten opvliegen.. een nieuw pr op de deadlift en de benchpress, een pittige hyroxtest, een lange duurloop, een korte loop met snelheid, knallen in hyroxtrainingen, deze afsluiten met een zware farmer carry als test voor mezelf, oefenen met pull-ups en gripkracht, zware nieuwe trainingen die op mijn grens zitten en voor veel spierpijn zorgen, helemaal stuk gaan bij de kickbokstraining (inclusief blauwe teen, blauwe knie en blauw oog), een lange duurloop inkorten omdat mijn lichaam echt niet meer wil, een intervaltraining, techniek oefenen in de survivaltraining en meedoen aan mijn eerste mountainbike tocht. En dat alles in een dikke week tijd.

En dan is daar het woordje balans. Dit is wat ik allemaal wil doen. Wat ik van mezelf moet doen. Ik beleef er plezier aan. En ik heb het nodig om vooruit te gaan, nodig om mijn doelen te halen. Maar ja, wat baal ik als mijn lichaam tijdens de lange duurloop op vrijdagochtend aangeeft dat mijn grens bereikt is. Ik hield de ochtend hiervoor vrij. En ik pers er moeite een 10km uit. Ik baal en pak mijn rust. Mijn zonen kijken me ’s middags niet begrijpend aan en beide noemen ze dat 10km nog steeds een heel eind is. Ik word wakker geschud. Ook door mijn loopmaatje ’s avonds: “Je zoekt op donderdagavond je grens volledig op met het kickboksen en verwacht dan dat je lichaam een paar uur later weer 30km kan rennen?”

Ik heb een soort van planning gemaakt voor de trainingen. Een houvast, daar heb ik behoefte aan. Alles staat erin. En dus weet ik ook ergens wel dat ik concessies zal moeten doen. Het is een soort surrealistisch ideaalbeeld. Maar de praktijk werkt niet zo. Er komt stress tussendoor, een nacht slecht slapen, niet optimaal eten, iets onverwachts thuis.

Ik weet dat alles alleen maar werkt als ik luister naar mijn lichaam, fysiek, maar ook mentaal. Balans bewaren op alle gebieden. En wat is dat moeilijk! Vorig jaar wilde ik harder worden. Mijn man noemde al dat hij twijfelde of hij dat een goed idee vond. En dat kan ik nu ook wel beamen. Ik heb mijn lichaam en geest getraind in doordoen, als maar doorgaan. Bij harder worden, hoort signalen negeren. Overal dwars doorheen gaan. En ik denk dat ik dat inmiddels redelijk kan. Nu komt de anderen kant. Weten waar de grens ligt. Wanneer wel doorgaan en wanneer stoppen. Alles voelen. Echt voelen. En dus op zoek gaan naar de balans.

Mijn plannen liggen klaar, ambitieus, misschien te. Ik ben bereid om te leren. Om mijn eigen weg te zoeken. Doen wat ik wil, waar ik van geniet. Maar ook te luisteren. Luisteren naar mijn lichaam. En luisteren naar de stemmetjes in mijn hoofd. Balans!

Lieve groet, Cobie

Je hart volgen

Mijn knie is blauw van de lunges, op m’n borst zit een schuurplek van de survivaltraining en m’n handen zijn bedekt met een dikke laag eelt. De spierpijn voel ik door m’n hele lijf. Ik bekijk de foto’s van afgelopen maand. En ik zwijmel terug. Genoten, intens genoten heb ik! Wat heb ik veel gedaan, veel avonturen beleefd. Alleen, voor mezelf. Maar ook met allemaal lieve mensen samen. Wat was het prachtig! Intens ook! En wat heb ik veel geleerd! Ik voel me zo dankbaar voor dit alles. Dankbaar dat m’n lijf het aankan, dankbaar voor alle lieve mensen om me heen. Die het met mee doen, die me helpen, die me de ruimte geven of me een spiegel voorhouden.

Ik heb het gevoel dat ik midden in een proces zit, dat ik zoekende ben. En misschien nu ik dit kan en durf te schrijven, m’n weg aan het vinden ben. Ik maakte met mezelf de afspraak om alleen dat te gaan doen waar m’n hart een sprongetje van maakt. En dus doe ik dat. Ik heb niks met regels, feiten of zo hoort het. Alleen als ik luister naar dat stemmetje diep in mezelf, weet ik dat het goed is. Dan doe ik dat waar ik achter sta, waar ik blij van word, wat me rust geeft en wat zorgt dat ik ’s avonds heerlijk in slaap val.

Dan komt er toch die maar… het is zo veel. Ik kan niet kiezen, en dus doe ik dat ook niet. Mijn hart maakt continu sprongetjes, het stemmetje diep in mij zingt tevreden en ik val elke avond zou gauw ik mijn kussen aanraak, als een blok in slaap. 

Ik pakte deze maand de survivaltrainingen weer wat serieuzer op. Ik leerde nieuwe technieken, samen met Vera. Beetje spannend was het wel. Maar ja, als zij van dat net afrolt met een koprol en soepel doorgaat in de apenhang en zowel zij als de trainers mij aankijken, kan ik niet achterblijven. Samen waren we blij dat we weer wat meer kunnen.

Ik sta elke ochtend weer vroeg op om mijn eigen trainingen uit te voeren. Vier keer in de week staat er een training van een kleine anderhalf uur klaar. En pittig zijn ze zeker! Ze richten zich op mijn doelen, dat wat ik beter wil kunnen. Vaak geven ze veel voldoening, maar soms gaan ze ook mijn grens wel over. Het hakt er dan fysiek enorm in of ik moet me mentaal herpakken om de training tot een einde te brengen. Ja, soms bijna vechten tegen tranen. Ik wil mentaal ook sterker worden, moet mentaal ook sterker worden. Dus het is goed!

Dan heb ik een nieuwe hobby gevonden: kickboksen. Ik word er zo blij van. Het heeft niks te maken met alle sportdoelen die ik heb. En eerlijk gezegd staat het mijn ambities waarschijnlijk meer in de weg dan dat het wat oplevert, maar ja, ik word er zo blij van! Het is een uurtje waarin alles in hoog tempo gebeurt. Alles op tel en veel discipline. Er wordt nergens een weerwoord gegeven, iedereen voert gewoon uit wat opgedragen wordt. Als iemand te langzaam is of het niet goed doet, wordt de herhaling niet geteld of wordt die vervelende hollow hold 1 minuut in plaats van 30 seconden. Niemand die dan nog durft te smokkelen. Het is een uurtje bikkelen. Wat ik vooral leuk vind, is het sparren. Ik moest wel even een knop omzetten toen iemand noemde dat het het leukst is als je ook op het hoofd mag slaan. Ik haalde een bitje en besloot maar gewoon mee te doen. Ik leer veel, iedereen fout wordt afgestraft met een rake klap of trap. Na een uur ben ik doorweekt van het zweet en voel ik me zo blij. Maar ja, dan de combinatie met de andere trainingen. Ik ben al twee keer met een bloedneus thuisgekomen. Heb regelmatig een zeer bovenbeen en heb op vrijdag de intervaltraining al een keer moeten overslaan, omdat ik na een rake trap bijna niet meer kon lopen de dag erna. Ik hou het er maar op dat het bij het begin hoort..

Mijn weken zitten vol met de trainingen die ik doe of geef. Op dinsdag en woensdag weet ik een werkdag te combineren met 3,5uur trainen. Ik geniet ervan. Aan de andere kant weet ik ook dat ik vaak op het randje balanceer. Vrijwel doorlopend heb ik wel ergens spierpijn. En mijn benen blijven maar zwaar voelen.

Deze maand waren er ook weer evenementen. Samen met Felix deed ik op een zaterdagavond mee aan een nighttrail. We liepen 9km in het donker, grotendeels onverhard. Magisch was het, en Felix zijn eerste trail. En wat voor een!

Er stond een adventurerun op de planning. En daar moest natuurlijk voor getraind worden. Ik reisde op een zondagmorgen naar Gert toe om daar een run van zijn survivalvereniging te oefenen. We legden 20km met de mountainbike af en 8km hardlopend in 3,5uur, waarbij we zelf navigeerden. Het was een mooie generale voor de week erop.

Toen mochten we 8 uur onderweg zijn. Het was prachtig!! We hebben een nieuwe sport ontdekt! Puzzelen op de kaarten, op de route. Mountainbiken, hardlopen en kanovaren. Het steppen sloegen we over, dat was vooral modder en iets met niet alles kunnen doen binnen de tijd. Ook deden we survivalhindernissen, alles zat er in! Wat kwamen we blij over de finish! De dag erna maakten we nieuwe plannen. We hebben ons al ingeschreven voor een volgende en een 10uurs op de planning staan. Voor mijn verjaardag vroeg ik een mountainbike, de kinderfiets was toch echt te klein. En dat geeft me nog een nieuwe sport om te leren..

Het hardlopen gaat de laatste tijd niet zo lekker. Eerst was het mentaal nogal een dingetje. Dat kan ik steeds meer loslaten, maar de tijden blijven nog achter. Dan zijn daar loopmaatjes die bereid zijn om op een vroege zondagmorgen wat kilometers te lopen, nog voor de bootcamp. 12 Kilometer, een uurtje bootcamp erachteraan en lopend naar huis, wat de teller op een kleine halve marathon zet.

Het laatste weekend van deze maand stond de hyrox op de planning. Ik wist niet zo goed wat ik moest doen. Maandag was ik nog erg moe van de training van zondag, ik skipte de ochtend workout. Dinsdag was ik jarig en kon ik het niet maken om vast te houden aan mijn 3,5uur. Ik sportte ’s ochtends een uur en de avondtraining was met het oog op de hyrox aangepast naar 45min, een laatste prikkel. En natuurlijk heb ik dan op woensdag energie over. Ik maakte een afweging voor mezelf. Ik wist dat ik niet in de buurt van mijn PR zou komen en dus besloot ik maar te doen waar ik zin in had. Dat resulteerde in 3,5uur sporten op woensdag. Ik zou met de rem erop, maar ja, daar ben ik niet zo goed in.. En een kickboks training op donderdagavond, waarbij de nadruk lag op geen blessure oplopen. En vrijdag was de hyrox. Al na een paar honderd meter hardlopen voelde ik hoe zwaar mijn benen waren, het tempo was lager dan ik zou willen. Ik besloot maar niet meer naar de tijd te kijken. Bij de eerste oefening, de ski-erg, voelde ik de spierpijn van de pull-ups van woensdag. Het was goed. Ik liet alles los. Ik zocht mijn grens op qua sport en ging door. Ergens hoopte ik rond 1.35uur uit te komen. Natuurlijk baalde ik toen ik me realiseerde dat het boven de 1.40uur werd. Dan knakt er mentaal wel even iets. Als dan binnen 3 wallballs de headjudge al naast je staat dat je squats niet diep genoeg zijn, dan wordt het helemaal pittig. Ik vraag om een krukje. Haar reactie: “We gaan het eerst even zo proberen”. Maar ik wil het helemaal niet meer zo proberen. Ergens wil je dan gaan mopperen, de discussie aangaan, boos worden. Maar ik doe het niet, ik voel het ook niet zo. Ze ziet mijn geworstel en geeft me 3 wallballs later toch dat krukje. Met gemengde gevoelens loop ik na 1.41uur over de finish.

Ik laat alles op me inwerken. De hyrox, maar ook alles van eerder deze maand. Afgelopen week waren er verschillende situaties waarin ik de lucht wilde klaren. Dingen die me dwars zaten, situaties waar ik iets mee moest. Iets mee wilde, want ook dat heeft te maken met dat stemmetje in mijn hoofd. Met lekker in slaap kunnen vallen. En ik kom tot de conclusie dat ik veel heb geleerd. Ik heb geleerd om bij mezelf te blijven. Om dat te zeggen of te doen waar ik achter sta. Los van wat andere mensen vinden. Ik merk dat ik rust heb in mijn hoofd. Ik weet dat ik op alle fronten de juiste keuzes heb gemaakt.

En weet je, dan komt alles samen! Mijn felheid, mijn opvliegende karakter wordt gematigd door het sporten. Ik kan er beter afstand door nemen, beter door relativeren, ik word er rustiger door. En dan komt toch het kickboksen er bij kijken. Mijn mond houden en gewoon doen wat er gezegd wordt. En dat terwijl ik erover nadenk en mijn eigen conclusies trek. Ik heb veel geleerd! Het was een prachtige maand! Ik bekijk de foto’s en zwijmel terug. Mijn hart maakt sprongetjes van alle plannen die ik heb. Het stemmetje in mij zingt tevreden en ik val vanavond heerlijk voldaan in slaap!

Lieve groet, Cobie

Zoekende

De vakantie is voorbij, tijd om weer terug te gaan in het gareel. Ik zoek de discipline, de regelmaat waar ik zo van hou. Ja, ik zoek. Daar waar het er vaak redelijk vanzelf is, is het nu ver te zoeken.

Ik nam me voor om in de vakantie lekker te trainen, vrije tijd, doen wat je graag doet. Helaas dacht m’n lichaam daar anders over en trapte het voor mij op de rem. Al op de derde dag schoot het in m’n kuit. Ik had een soort ultieme training bedacht, heuveltraining, waarbij ik tussendoor oefeningen wilde doen. Geen warming-up natuurlijk, wel kuiten die al op spanning stonden. En dan toch als een gek de heuvel op sprinten. Ik heb wel eens betere ideeën gehad.. Het trok van onder tot boven door mijn kuit. Om mijn humeur nog enigszins vrolijk te houden, ben ik maar verder gegaan met buikspieroefeningen.

Ik had geen keus, daar was mijn rem. Na al het extreme sporten, trainen wat ik de maanden daarvoor had gedaan. Na alle emoties van de afgelopen weken, werd me nu een halt toe geroepen. Ik werd gedwongen om naar mijn lichaam te luisteren. Echt blessures heb ik vrijwel nooit. Als ik daarentegen maar door dender, en vooral mijn emoties geen plekje geef, maakt mijn lichaam me dat wel duidelijk. En vaak schiet het dan in een van mijn kuiten. En ik weet dat het pas over gaat als ik aan alles toegeef.

De andere vakantiedagen trainde ik rustig, herstel, wat oefeningen en vooral om even lekker bezig te zijn. Geen knallen, geen lat. En het was goed. We hebben als gezin veel met elkaar gepraat, veel tijd voor elkaar, goede gesprekken. En dat was heel goed!

We waren allemaal toe aan wat positiviteit en daarom besloten we na onze vakantie een puppy op te halen en 5 dagen later ook twee kittens. Dat jonge leven, het impulsieve, onbevangene, precies wat we allemaal nodig hadden!

Mijn kuit voelde ik beter worden. En toch trapte ik er weer in om te snel weer te veel te willen. Ik kreeg de opdracht om veel te rekken en sprak met mezelf af om nu echt naar m’n lichaam te luisteren. En dan merk ik dat het binnen een paar dagen echt over is.

Maar nu… Alles is weer begonnen. Ik pak de trainingen met anderen weer op. Mijn agenda is weer flink gevuld met loopjes, survivalruns, adventure runs, een hyrox, een marathon en een ultra. Maar er mist nog iets.. De overtuiging. Het lukt me nog niet om de trainingen voor mezelf weer te doen, ik rommel wat aan. Ik slaap wat langer en ik verzin excuses. Het eten gaat nog niet zoals ik graag wil, ook hier mist de discipline en dat geeft de weegschaal ook aan. Binnen de trainingen lukt het me soms om te knallen, dat voelt weer goed. Maar naderhand merk ik hoeveel het mijn lichaam heeft gekost. Ik ben moe, ik heb meer spierpijn dan anders en ik voel continu wel iets in m’n lijf. Ook haal ik de tempo’s niet van een paar maanden geleden.

Vrijdag was ik bij de masseur en volgens mij heeft het nog nooit zo intens gevoeld. Ik bleef maar tegen mezelf zeggen: “ontspan!” En toen hij als laatste bij m’n kuiten was, brak het zweet me uit en merkte ik wel dat er toch nog van alles zat.

Daarna voelde alles licht. Gisteren de eerste survivalrun met een goede vriend en mijn kinderen. Het kostte veel moeite, ik voelde me naderhand zo moe. En toch voelden deze dagen ook alsof er een knop omging.

Ik besloot vanmorgen lopend naar de bootcamp te gaan, iets met een marathon die in mijn nek hijgt.. Dat ging lekker! De bootcamp was een hyrox workout, mijn favoriet! Ik kon lekker knallen. De terugweg was zwaar, toch kon ik wel doorlopen. En naderhand merkte ik dat ik me eigenlijk helemaal niet zo moe voelde.

Ik zoek van alles uit voor Running Miracle en ik merk dat ik zelf ook weer ruimte krijg voor plannen! En vooral, dat ik weer zin krijg! Ik wil deze week weer lekker trainen, balans bewaken, maar ook lekker knallen! Bij het boksen van mijn zoon raakte ik aan de praat met een vader. Hij heeft me overgehaald om deze week het uur daarna met de volwassenen mee te boksen. Mijn man verklaart me voor gek, ik merk hoe blij het me maakt. Even een keer wat anders, weer lekker uit m’n comfortzone.

Hoe alles er de komende tijd precies uit gaat zien, weet ik nog niet. Dat de zin weer terug komt, weet ik wel. Gewoon lekker dat doen waar ik blij van word!

Lieve groet, Cobie

Opladen

Een logisch vervolg op mijn vorige blogs zou zijn, dat ik nu iets zou schrijven over herstel. En dat was ik ook van plan. Alleen twijfel ik een beetje of ik wel de juiste persoon ben om daar iets over te zeggen…

Laat ik beginnen bij het moment net na de Ultimate Warrior. Ik zit in de auto naar huis, ben inmiddels een uurtje of 28 wakker en ik had me voorgenomen om heerlijk te gaan slapen. Niet dus! Nog even schieten alle blije hormonen door m’n lijf. Maar dan laat mijn lichaam me toch terugkomen in de realiteit. Auw!!!! Wat doet mijn lichaam zeer. Ik ken dit gevoel van eerder, maar was het vergeten, heb het verdrongen. Het is echt verschrikkelijk! Ik zit gevangen in die autostoel en weet niet hoe ik mijn lichaam moet houden, hoe ik mijn benen neer moet zetten. Het maakt ook eigenlijk niet uit, het doet hoe dan ook ontzettend veel pijn. Zo veel dat ik er niet door in slaap kan vallen. Ik blijf bewegen, wat duurt de terugweg lang. Als ik thuiskom loop ik voorzichtig de trap op en probeer een paar uurtjes te slapen. Ook nu gaat het niet verder dan een beetje dommelen. Elke keer word ik wakker van het vervelende gevoel in mijn lichaam. Na een paar uurtjes strompel ik de trap af. Gelukkig zakt het intense gevoel snel af en kan ik daar ’s nachts wel om slapen.

Onze kat is erg ziek. Ik ga ’s avonds veel later naar bed dan ik van plan was, ik knuffel nog veel met hem en wil nog even bij hem zijn. De volgende ochtend heeft hij nog heel even een ademhaling. Als we allemaal beneden zijn, overlijdt hij. Hij heeft op ons gewacht. Ik voel nu alleen verdriet, intens verdriet. We begraven hem en ik meld me, iets later dan anders, op mijn werk. Dit is zo raar, blijdschap en verdriet gaan volledig door elkaar. Mijn lichaam voel ik niet meer.

De trainingen die ik normaal gesproken op maandagavond geef, had ik al afgezegd. Mijn loopmaatje en goede vriendin komt langs met bloemen en chocolade om me te troosten en om het te vieren.

Waar ik op zondag weinig honger heb en calorieën overhoud, haal ik dat op maandag meer dan in en ook de dagen daarna ga ik wel 500 tot 900 calorieën per dag over het beoogde aantal heen. Ik zou willen dat het allemaal gezond was en vooral eiwitten waren. Ik heb gewoon ontzettend honger!

Op dinsdagavond heb ik wel zin om weer te trainen. Het is ontzettend heet, de hybride training die op de planning stond, wordt aangepast. Drie kwartier met wat pauzes tussendoor. Voor mij achteraf perfect als hersteltraining! Op woensdagavond gaan de trainingen niet door en doe ik een workout voor mezelf, deze gaat lekker. En vanaf dan pak ik de trainingen weer op. Het lukt me alleen nog niet om ’s ochtends vroeg op te staan en een training zelf te doen. Dat neem ik maar even voor lief, ik heb m’n slaap nog hard nodig.

Ik had al bedacht dat deze week in het teken zou staan van rustig aan doen en herstellen. Het tandartsbezoek wat nog moet, plan ik in deze week. Ik ga uit eten met collega’s, al ben ik wel de eerste die afhaakt, omdat ik m’n ogen niet meer open kan houden.

En op vrijdag breng ik een bezoek aan de masseur. Hij hoort mijn verhaal aan en besluit dat het geen stevige massage gaat worden, maar een herstellende. Ik besluit het maar over me heen te laten komen. Ik ben er twee keer geweest, op aanraden van de trainer. Dat was wel een drempel. Ik liet alleen mijn benen masseren en ik moest wel bekennen dat mijn benen de dag erna zo veel fijner voelden. En nu besloot ik om voor een volledige sportmassage te gaan, maar ook daar is de drempel weer. Dus maar gewoon over me heen laten komen. Hij noemt van alles over energie en lijkt precies te weten waar mijn lichaam behoefte aan heeft. Hij zet me aan het nadenken over voeding. Hij noemt dat ik spot met de wetten van de natuur. Dat wat ik doe en dat ik daarnaast vegetarisch ben. Ik vind het interessante standpunten en vraag er op door. En ik noem mijn plan om over twee weken mee te doen met de Kardingebultra. Hij veroordeelt niet, maar stelt wel de vraag of ik dan op dat moment naar mijn lichaam ga luisteren. Ik denk niet dat ik een antwoord hoef te geven. Daarnaast heeft hij allang aan mijn lichaam gevoeld hoe laag de energie (nog) is.

Op zaterdagochtend ga in naar de bootcamp en doe ik ’s middags samen met mijn dochter mee aan tot de nek in de drek. En nu merk ik wel dat ik er nog lang niet ben. Als zij hard begint, moet ik erg m’n best doen om bij te blijven en wat ben ik blij als zij wil wandelen.

De week daarna doe ik alle trainingen weer, ook ’s ochtends. De benchmark eind van de week is een minuut langzamer dan twee weken eerder. Dat geeft alles aan, toch ben ik erg tevreden dat ik al weer zo ver ben.

Op maandagochtend merken we dat we een beslissing moeten maken voor onze doodzieke hond. Precies twee weken na de kat, moeten we ook hem laten gaan. Wat hakt dat er in. Ik heb te dealen met de emoties van mijn gezin. Maar ik merk dat ik er zelf ook helemaal af lig. Ik blijf maar huilen. Ik kom de hele dag tot niks. Op de namiddag schop ik mezelf naar buiten en ga trainen. Nou ja, dat is een groot woord, op dat moment is het therapie voor mij.

Het lukt me niet om me niet om ’s ochtends vroeg te gaan sporten. Ik ben zo gesloopt, emotioneel. Aan de trainingen met anderen heb ik juist extra behoefte, even gedachten verzetten. Daar komt nog bij dat ik misschien toch iets gas terug moet nemen voor de Kardingebultra. Ik ga op donderdagochtend nog naar de bootcamp en die voel ik wel in m’n benen, misschien ook niet heel verstandig.

Mijn herstel was een rare drie weken, wat werkelijk alle kanten op vloog. Uit ervaring weet ik dat als je een extreem lange obstacle run doet, de spierpijn wel snel wegtrekt. Maar de vermoeidheid daarentegen. Bij een obstacle marathon duurde het een dikke drie weken. Dus nu, ik heb werkelijk geen idee.

Er staat een backyard ultra op de planning. Ieder uur start je opnieuw voor een ronde van 6,7km, tot je stopt of niet op tijd bent voor een nieuwe start. Met een maximum van 24uur. Ik kwam het op internet tegen en voordat ik had gelezen wat het was, had ik me al ingeschreven. En pas later kwam ik erachter dat er maar drie weken tussen de wedstrijden zat.

Ik weet dat ik het niet tot het einde zal redden, ik hoop een mooi aantal kilometers te lopen. Hoewel ik ook regelmatig twijfel of ik überhaupt wel moet gaan. Ik besluit het maar gewoon aan te gaan, zonder verwachtingen. Het is warm, bijna 30 graden. Ik neem voor de start een duik in het meer en koel al vast wat af. We starten om 14.00uur en van het begin af aan heb ik het zwaar. Geen moment gaat het lopen vanzelf. De eerste ronde kan ik nog meelopen met een groep. Ik kom na 48 minuten binnen. Eten, drinken, plassen, een koude douche en weer weg. Iedere ronde ben ik iets langzamer en in de derde ronde ben ik alles al aan het vervloeken. Ik app Peter dat hij me ’s avonds wel op kan komen halen.

De vierde ronde zet ik muziek op, dat leidt wel iets af. Ik heb het zo warm en kan niet genoeg afkoelen. Lange afstanden wil ik lopen met een hartslag onder de 140, nu zit hij steeds op 145 en ook wel op 150. En het belangrijkste, ik krijg het mentaal niet op de rit. Ik ga iedere ronde meer wandelen, houd steeds minder tijd over. En ik maak me gek met de tijd. Onder het lopen, zie ik dat ik te langzaam ga. Als ik pauze heb, kijk ik continu hoe lang ik nog heb. Ik ben er zo klaar mee.

Als in ronde vier ook mijn maag en darmen gaan opspelen, weet ik dat mijn lichaam echt schreeuwt om te stoppen. Ik besluit zes rondes te lopen, dan geeft mijn horloge een marathon aan. Ik kom net binnen de tijd binnen en zou nog verder mogen, maar het is klaar.

Ik weet niet of ik keihard wil huilen of heel blij ben dat deze lijdensweg is afgelopen. Peter en Vera zijn er al snel. De man van de organisatie loopt langs en vraagt of ik tevreden ben. Ik blijf net te lang stil, waarop Peter het maar voor me invult. Ik noemde geen verwachtingen te hebben, toch kwam ik wel voor een kilometer of 70 of 80. Het valt me tegen, ik stel mezelf teleur. Alles wat ik hierboven schreef, er zijn tig redenen waarom ik niet verder kwam, niet verder kon. Dat is rationeel. De lat voor mezelf ligt hoog, ik had dit anders bedacht, anders gewild.

Rationeel weet ik ook dat dit de momenten zijn waar ik het meeste van leer. Hier kan geen training tegenop. Waar ik in het verleden het aandenken snel zou hebben weggestopt, maak ik er nu een foto mee en geef ik het een mooi plaatsje in huis. Ik weet dat ik dit ook nodig heb om verder te komen. Het is niet erg om mezelf soms keihard tegen te komen.

Ik slaap slecht en ben op tijd wakker. Mijn lichaam voelt goed, ik ga naar de bootcamp. Misschien niet zo zeer voor het sporten op zich, wel omdat ik het even nodig heb. Ik krijg een knuffel van een trainingsmaatje die precies schijnt te weten hoe ik me voel. En met z’n drieën knallen we keihard en hebben we veel lol. Precies wat ik nodig had!

En nu? Nu is het tijd voor herstel, tijd om mentaal op te laden. Ik heb met m’n man afgesproken dat ik me nu even niet impulsief ga inschrijven voor lange, gekke uitdagingen. We gaan deze week de vakantie plannen en volgende week trekken we erop uit. Even weg van alles. Morgen breng ik nog een bezoek aan de masseur. En ik ga weer lekker trainen, doen waar ik eigenlijk het meeste van hou. Even resetten, even voor mezelf, even geen druk, even geen lat… vakantie!

Lieve groet, Cobie

Mijn droom die uitkomt: de 24uur van de Ultimate Warrior

Yes! We zijn gestart! Ik ben begonnen aan mijn avontuur. Hier droomde ik van. En nu, nu ben ik hier. Hier op dit moment en op deze plaats wil ik zijn, moet ik zijn. Alles klopt. Er valt een rust over me. Ik ben vol vertrouwen. Niks gaat me tegenhouden om die medaille te behalen. Wat heb ik een zin! En wat ben ik ontzettend benieuwd wat me te wachten staat. Hoe het gaat zijn. En vooral hoe het gaat voelen. Ik heb van alles gevisualiseerd. Maar dat gevoel, daar kan ik me niks bij voorstellen. En die nieuwsgierigheid, dat is mijn drive. Ik lees en bekijk alles wat ik kan vinden over het mentale aspect van sport. Mega interessant. Maar ook enorm motiverend. Al die teksten en filmpjes, als je het vaak genoeg hoort, leest, nestelt het zich vanzelf in je hoofd. En ga je het geloven. En daar komt ook steeds het waarom voorbij. Als je een extreme uitdaging aangaat, moet je je waarom helder hebben. Alleen dan heeft het kans van slagen. Hoewel ik er veel over na heb gedacht, komt mijn waarom niet verder dan dat ik wil weten hoe het is. En steeds opnieuw vraag ik me af of dat genoeg is. Het heeft me alle eerdere uitdagingen doen laten slagen. En vandaag wil ik het antwoord krijgen op die vraag. Dat verlangen is zo krachtig, ik weet dat er niks is wat me er van gaat weerhouden.

Ik klim de hoge stellage in. Het is zo’n gave start locatie, een industrieel bouwwerk voor stenen- of zandtransport. We klimmen omhoog, gaan door een donkere tunnel. Er volgen bruggetjes omhoog en omlaag, trappetjes. Ik loop ergens in het midden, maar weet dat ik snel ergens achteraan zal lopen. Ik kom bij de hindernis waar Gert staat, een evenwichtsbalk, net iets te hoog. Ik ga er op m’n knieën overheen, waarschijnlijk ben ik de enige. Het kan me niet schelen. We komen bij een steiger. Zonder nadenken spring ik het water in. Ik klim over buizen heen en ga er onderdoor. Voor even kan ik nog bij de groep blijven. Er volgen monkeybars, deze lukken. En dan de muurtjes. Hoewel ik zo veel heb geoefend, lukt zelfs de lage niet. Gelukkig wil een sterke man me een voetje geven. Bij het hoge muurtje, doe ik de push-ups. Dan nog een paar hindernissen die makkelijk gaan. In de verte zie ik de touwen hangen, wat heb ik dat veel gedaan bij survival. Mijn handen zijn nat, de touwen glad. Het lukt me niet. Ik zet een voetklem, zet m’n handen hoger, maar op het moment dat ik de voetklem loslaat, glij ik naar beneden. Ik probeer het een paar keer. Ik lig inmiddels laatste en ga dan toch maar voor de push-ups.

Onderweg kom ik veel armhindernissen tegen. Er lukken een aantal, ieder jaar meer. En bij een aantal hindernissen waar vorig jaar niks lukte of die ik vorig jaar niet durfde, kom ik halverwege. Ik vier een feestje als bij het wheel of steel halverwege kom. Wat vond ik deze vorig jaar eng. Blij doe ik de push-ups.

We moeten in een sloot onder de snelweg door. Het is zwart water, het stinkt, het voelt als riool. Het is laag en donker. Met m’n handen hou ik de zijkant vast, het wordt iets dieper, waardoor ik gewoon kan lopen als ik m’n hoofd schuin hou. Bij het eruit klimmen heb ik m’n hele handen onder die zwarte smurrie zitten, dit moet ik de volgende rondes handiger doen. Zouden we hier vannacht ook in het donker doorheen moeten?

Er volgt een lang loopstuk. Het is warm. Ik kijk naar mijn tempo, ergens rond de 6.20min/km, hartslag net iets boven de 140. Dat is allemaal prima, niet gek laten maken dat ik achteraan loop. Een stuk door een sloot, door een weiland en bij een viaduct omhoog en ook weer omlaag. Verderop moeten we een rondje lopen met een gevulde jerrycan. Ik krijg hem op m’n schouder, het voelt zwaar. Wederom wat hindernissen en weer door sloten.

We komen aan aan de andere kant van het meer. Bij een springkussen omhoog om het water in te glijden. Met een gewichtszak twee keer een heuvel op en af. Een 4 kilo bal door een gat gooien en bij de volgende hindernis staat een verzorgingspost. Op aanraden van mannen die daar lopen, neem ik elektrolyten. Het enige wat kan gebeuren, is dat mijn maag kan protesteren. Volgens de mannen heb je het nodig en kan het kramp voorkomen. Ik heb ooit naar meningen, ervaringen gevraagd. Het werd me toen duidelijk dat niet wetenschappelijk bewezen is dat het werkt. Maar ja, baat het niet, het schaadt ook niet..

We lopen door een weiland, nog een monkeybars, op weg naar het dorpje. Midden op het plein staat weer een springkussen met water. We gaan het dorpje weer uit en komen aan bij het bos. Een prachtig stuk trail, ik loop een klein stukje verkeerd en ben nu ook de mannen die in mijn buurt liepen, kwijt. Als ik bij het water aankom, loop ik weer bij wat mensen. Ik weet het zeker, dit is het paradijs. Zo prachtig! Een beekje met allemaal takken, omgevallen bomen en wij banen onze weg er doorheen. Er dwarrelen beestjes rond, een soort mengelmoes van vlinder en libelle, neonblauw. De zon schijnt tussen de takken door, echt betoverend!

Dan door de weilanden, over en onder prikkeldraad door. De tireflip. Een van de mannen wil me helpen, maar ik laad me op en gooi de band om. Dit kan ik! We komen bij een rivier en moeten er aan de zijkant doorheen. We kijken uit op een stadje, prachtig! Maar wat is het zwaar! Er liggen losse stenen op de bodem, groot en klein en doorlopend glijden ze weg onder je voeten. Ik ga iets dieper en probeer te zwemmen. Dit gaat erg traag. Er vaart een speedboot die voor veel stroming zorgt. Ik loop toch maar verder. Het blijkt 900m te zijn en kost ontzettend veel energie. Als ik er bijna ben, komt een van de mannen nog even terug om te kijken of het goed met me gaat. Als ik uit het water kom, ben ik behoorlijk gesloopt. Ik heb al lang geen water meer gedronken. Er volgen wat kracht hindernissen. Lopen met een boomstam, met het onderstel van een verkeersbord. Met een zware metalen plaat, ook nu word ik door mannen in de gaten gehouden: “pas op je tenen”. Maar het lukt, al is het net. En omhoog en omlaag met een zware ketting. Een man legt hem bij me in m’n nek en ik kan hem ook weer doorgeven.

Er staan nog wat arm/zwaai hindernissen die niet allemaal lukken. En het is veel lopen. Wat ben ik blij als ik een post zie, ik heb zo veel dorst. Het water is op, dat doet mentaal wat. Gelukkig zijn daar toeschouwers met ijskoud water die het willen delen. Wat ben ik dankbaar. Als vervolgens binnen een kilometer de volgende post staat, waar wel water is, voelt dat een beetje dubbel.

Ik weet niet precies meer hoe de ronde gaat en wat ik allemaal tegen kom. Ik weet wel dat ik weer ezels zie onderweg. Van die kleine, schattige, met veel te lange haren en veel te grote oren.

Weer terug in het bos zie ik een bekende, een vrouw die ik het eerste jaar dat ik de 56km deed, trof. Zij doet nu de 14km. Ik loop een stukje met haar mee. Dan een armhindernis met ringen die je over buizen moet schuiven. Ik weet dat ik deze kan. De ene buis hangt scheef en ik moet met de ring omhoog. Ik focus me en hoor dat ik aangemoedigd word. Als ik aan de overkant ben, zie ik dat het Gert is. Hij doet ook de 14km. Hij komt bij me lopen en we kletsen wat. Dan volgen de hindernissen bij de vouwwagen, die ook niet allemaal lukken.

We zijn weer terug bij de start locatie en moeten daar nog wat hindernissen doen. Voor me zwaait een vrouw aan de ringen, ze valt er uit en noemt dat ze haar been gebroken heeft. De schrik zit er bij mij in, ik durf niet goed meer en kies al snel voor push-ups. Na de laatste hindernissen loop ik door een tent. Dit was de eerste ronde van 28km. Ik lig goed op schema.

Ik eet, drink en vul mijn zakken bij. Ik zeg Gert gedag en maak me klaar voor de tweede ronde van 28km. Vorig jaar deed ik 9 uur over de 56km. Ik heb me voorgenomen om nu rustiger te gaan. En met de warmte en de weinig waterpunten onderweg, is dat ook nodig.

Het gaat lekker, ik ken de route nu en weet ook hoe ik alles wil en moet doen. Voordat we de rivier ingaan, eet ik wat. Dat helpt. Ik weet nu wat me te wachten staat en dat maakt het mentaal een stukje makkelijker.

Net na de rivier zie ik iemand van de organisatie fietsen. Hij heeft extra water neer gezet. Ik bedank hem. Hij checkt even hoe de laatste lopers liggen, zodat de organisatie alles helder heeft. Hij loopt een stukje met me mee. Ik heb hem wel eerder getroffen, we zijn al snel gezellig aan het kletsen. Hij zoekt de mannen achter me op en ga ik door. Later in het bos ben ik bij de zware kettingen. Nu moet ik hem alleen in mijn nek leggen. Ik denk aan de zware barbell van power hour en gooi de ketting in een keer over mijn hoofd. Als ik het rondje gelopen heb, is de man er weer. Hij noemt dat hij er respect voor heeft hoe ik dat met de ketting doe.

Ik verheug me op de waterpost, maar als ik daar aankom, is hij weg. Ook de post daarna is weg en ik kom tot de conclusie dat ik nu heel lang zonder water zal moeten. Het is warm, ik baal. Toch kan ik de knop omzetten. Ik schakel terug in tempo. Als ik bijna weer bij de kampeerplaats ben, merk ik hoe droog mijn mond en lippen zijn. Ik kan mijn lippen niet meer nat maken, ik heb enorme dorst. Peter is nu met Gert en de kinderen ergens een hapje aan het eten, de vouwwagen staat er, maar de koelkast staat achter in de auto.. Ik kijk de hele vouwwagen door, maar geen drinken.. Vlak daarnaast zetten mannen een tent op. Ik vraag om water en krijg een flesje. Wat ben ik blij!

Het is nu nog een klein stukje naar de tent. Dan zit de tweede ronde erop, 56km in 10,5uur. Precies het schema wat ik in mijn hoofd had. Ik bedenk me dat mijn avontuur nu gaat beginnen. Eigenlijk wil ik dat ook op social media delen. Ik doe het niet, dat zou doen vermoeden alsof die eerste 10,5uur niets voorstelden. Ik kom nu in het onbekende, dit is wat ik wil weten, wat ik wil ervaren.

Peter, Gert en de kinderen zijn nu ook op het terrein. Felix en Gert zullen om 22.00uur starten met de nighttrail. We rekenen en hopen dat ik dan net een stukje onderweg ben bij de tweede keer 7km, zodat ze op me in kunnen lopen. Ik meld me bij de organisatie, dat ik m’n eerste ronde in ga. Ik krijg een wit armbandje om.

Maar al snel in de eerste ronde van 7km merk ik dat mijn tempo wel weg is. Ik wandel de hele ronde en vind het wel goed. Ik heb een slag gehad van 2,5uur zonder water. Er wandelt een man met me mee. We kletsen over van alles nog wat. Hij heeft veel ervaring. Hij heeft al een paar rondes van 7km gelopen. Hij geeft aan het rustig aan te willen doen, want hij wil later deze week naar Schotland gaan om te hiken. Hij zegt me dat ik prima kan rennen. “Je hoofd schakelt dan uit en je lichaam neemt het vanzelf over.” Ik verklaar hem nog net niet voor gek, ik lach.

Deze ronde is een stuk van de grote ronde, we slaan nu alleen aan de achterkant van het meer af. We lopen een stukje door het water en even verderop zwemmen we door het water naar een klein eiland, zo mooi!

Als ik weer in de tent ben, is de nighttrail al lang vertrokken. Peter maakt wat foto’s van mij met Vera en Midas. Ik eet steeds wat, banaan, pannenkoeken, tuc koekjes en ik drink chocolademelk en soms een slokje cola.

Ik krijg nu een geel armbandje om en ga de tweede ronde in. Ik heb m’n hoofdlampje op, alles is donker. We moeten idd onder de snelweg door in het donker, door de vieze sloot. Toch valt het alles mee. En weet je, ik ren weer! Steeds denk ik aan de woorden van die man, ik krijg een lach op mijn gezicht. Ik schakel mijn hoofd uit en inderdaad, mijn benen doen het wel.

In de laatste sloot zitten allemaal kikkers, ze worden nu actief. Het is een stukje van 200m en ik zie wel 50 kikkers. Ze springen, ze zwemmen, ze kwaken. Ik vind kikkers geweldig. Als meisje zijnde ving ik iedere kikker. En stiekem gaf ik hem dan een kusje.. iets met een prins 😉 Het zwemmen is nu helemaal magisch. Vlak voor ik weer op het vaste land ben, zie ik een rat wegschieten. Ik geniet! De nacht is amper begonnen, wat ben ik in mijn element! Het is zo mooi!

Als ik door de finishtent kom, staan Felix en Gert daar. Ze kijken me allemaal niets begrijpend aan. Zij zijn er nog maar net en ze snappen niet hoe ik deze ronde zo snel heb kunnen lopen. “Ik ren weer! Gewoon je hoofd uitschakelen en dan doen je benen het wel”. Wat voel ik me blij! Ik neem afscheid van iedereen, ze gaan allemaal slapen en ik ga nu echt de nacht in, alleen.

Ik krijg nu een oranje armband om en na deze ronde heb ik de verplichte afstand gelopen, ik moet het dan alleen nog tot 7.00uur uithouden. Dat is nog ongeveer 7 uren te gaan. De derde ronde gaat op ongeveer dezelfde wijze. Als ik terug ben informeer ik hoeveel vrouwen er meedoen. “Vier en jij ligt nu tweede, nummer één ligt een half uur voor jou”. Ik begrijp er weinig van. Ik breng iets uit van als ik dus nu verder loop, ik tweede kan worden. Waarop de man me aankijkt en alleen maar ja kan zeggen.

Ik krijg er een groene armband bij en begin aan ronde vier. Iedere keer bukken doet nu zeer, iedere sloot in en uit wordt nu een behoorlijke opgave. Ik spreek met mezelf af dat ik het hierna wat ga rekken en dat ik dan tot 92km doorloop. Gewoon om één minuut na 7.00uur binnen komen. De jerrycan krijg ik amper nog op mijn schouder. En toch ben ik nog steeds heel blij.

Als ik net in de tent ben, vraagt Niels aan me hoe het gaat. “Fantastisch”, roep ik. Er liggen allemaal mensen te slapen, mensen zijn moe, herstellen, eten. En ik straal, ik geniet van de nacht. Nog voor ik wat gegeten heb, komt Niels naar me toe: “Als je nu naar buiten gaat, ben je eerste vrouw. De andere vrouw is hier nog steeds”. Ik bedenk me geen moment. Ik grijp wat gelletjes, stop m’n zakken vol. Stuur Gert snel een appje, hij en Felix willen de laatste ronde meelopen. Ik krijg een blauwe armband om en met een banaan in mijn mond en zonder pauze, klim ik de hoge stellage weer in.

Ik kan de hele vijfde ronde rennen. Ik voel geen pijn meer, het bukken lukt weer, ik spring de sloten weer in en ik klim er weer uit. Er gaat een knop om, ik wil eerste worden! Ik bedenk me wel dat ik nu een ronde meer zal moeten lopen. Ik weet niet hoe lang ik over deze ronde doe, maar het is ver weg mijn snelste.

Terug in de tent informeer ik hoeveel na mij de andere vrouw is vertrokken, dat is 40 minuten. Volgens Niels kan ik wandelen. Maar dat vertrouwen heb ik niet. Ik app Gert snel dat ik vertrek en dat ze me maar op moeten zoeken.

Het is 6.00uur als ik aan mijn laatste ronde begin. Mijn lichaam heeft inmiddels wel veel gegeven. Het is nu steeds korte stukjes wandelen afgewisseld met korte stukjes hardlopen, alle pijntjes zijn nu in tienvoud terug. Bij een hanghindernis voel ik het vel op m’n vinger open gaan, dat mag nu. Ik vraag me af waar de andere vrouw is, het is de vrouw waar ik voor de wedstrijd contact mee had. Steeds kijk ik achterom. Ergens weet ik wel dat het niet kan. Ik ben een half uur op haar ingelopen en ze is daarna ook nog 40 minuten na mij gestart. En als ze zo veel later is gestart, heeft ze dat misschien wel gedaan om net na 7.00 uur op 92km te finishen.

Als ik op twee derde ben, staan Felix en Gert daar. Gert wordt gek van hoe paranoia ik steeds achterom kijk. Als ik bij het zwemmen iemand achter me zie en hem dat noem, roept hij: “het is een man!” Als ik weer op het terrein aankom staan ook Peter, Vera en Midas daar. Gert komt naar me toe en zegt dat hij navraag heeft gedaan bij de organisatie, de andere vrouwen zijn al met kortere afstanden gefinisht. Wat ben ik blij! Ik zweef door het laatste stuk heen, met m’n kinderen om me heen.

Bij het dikke touw doe ik nog een poging, ik pak de push-ups, de laatsten. Als ik overeind wil komen, hoor ik: “het waren er maar negen!” Ik zie Niels bovenop een bult staan. Ik laat me zakken en doe er nog één. “Acht, zeven”. Ik doe er nog een paar, tot hij “tien” zegt. We lachen allebei.

Ik loop over het bouwwerk, door het water, over de pijp en de laatste keer door de tent. Als ik uit de tent kom, zie ik daar de hele crew staan, met Niels voor aan. Ze klappen, juichen en feliciteren me. Wat is dit een mooi, speciaal onthaal. Niels komt naar me toe en geeft me een knuffel.

Wat ben ik blij, dankbaar. Het is zoveel mooier dan ik me ooit voor had kunnen stellen. Alle stukjes vielen op zijn plek, alles klopte. Het was ultiem!

Niels hangt me de medaille om. Hij is mega. Knalrood. Een spinner. De vetste medaille die ik ooit heb gezien. En hier deed ik het voor, die wilde ik mee naar huis nemen.

Ik krijg een shirt en Niels geeft me aan dat de prijsuitreiking om 9.15uur is. Peter haalt mijn tas met schone kleren op. In een tent hangen brandweerslangen. Peter helpt me, bewegen wordt nu wel een dingetje. Ik besluit alle schaamte maar opzij te zetten, trek m’n kleren uit en douche onder het ijskoude water.

De resterende tijd breng ik samen met Vera en een rol kaaskoekjes door op een bankje. Alles doet zeer. In slow motion wandelen we naar de vouwwagen en weer terug.

En om 9.15uur is de prijsuitreiking. Ik zie de vrouw weer die tweede is geworden en ook de nummer drie. We geven elkaar een knuffel. Niels zegt wat en al knielend overhandigt hij mij de katana. Hij mompelt iets over dat hij niets gaat zeggen. We kijken elkaar aan en weten genoeg. Dan is de prijsuitreiking van de mannen en uiteindelijk gaan we nog met z’n allen op de foto.

Ik neem afscheid van Niels en bedank hem voor alles.

Onderweg naar huis app ik Willem: “ik neem de katana mee”. Ik heb het gedaan! Ik heb de medaille opgehaald en meer. Ik weet nu hoe het voelt. Ik ben een prachtige ervaring rijker. Mijn nieuwsgierigheid is beantwoord. Ik heb veel geleerd. Over mijn lichaam. Maar zeker ook over mijn mindset. Ik begrijp alle tips nu die ik eerder kreeg. Ik denk dat ik het allemaal begin te begrijpen. Hoewel ik nog steeds denk dat ik aan het begin sta, kan ik nu wel zeggen: ik ben die warrior die ik ooit hoopte te worden!

Aan alle mensen om me heen: dank jullie wel! Zonder jullie had ik dit nooit kunnen doen!

Lieve groet, Cobie

Ik ga het doen!

Soms zijn er van die dingen, waarvan je weet dat je ze wilt doen, kan doen en gaat doen. Dan is er zo’n gevoel, diep van binnen. Je weet zeker dat dat voorbestemd is.

Ik was een meisje van een jaar of 10. Ik kwam bij familie vandaan en fietste naar huis. Het was maar een klein stukje, waarvan het eerste stukje een kaal landweggetje. Ik had de wind pal tegen. Ik zag m’n leven voor me, ik wist daar op dat moment waar ik van droomde. En weet je, mijn leven ziet er nu zo uit, zoals ik daar op dat moment hoopte. De wind was zo sterk, ik kon er amper tegenin komen. Ik mopperde inwendig. Tot er een stemmetje in me iets zei over dat ik dit ooit nodig zou hebben. Iets met een gevoel over doorgaan, alsmaar verder doorgaan, vechten tegen de elementen en tegen mezelf. Ik voelde me onoverwinnelijk.

Ik was in die tijd ook dat meisje dat bij gym vaak als laatste werd gekozen. Mijn enthousiasme was er, maar een natuurtalent ben ik nooit geweest. Toch heb ik me nooit ergens door laten weerhouden.

Toen ik bij de beginnersgroep van een hardloopvereniging startte, wist ik zeker dat ik ooit die marathon zou lopen. Met dat voor ogen liep ik twee jaar later mijn eerste marathon. Ik hoorde over langere afstanden. En ook toen was er iets in me dat zeker wist dat ik daar voor zou gaan. Mijn kinderen kwamen er als een soort van onderbreking tussendoor, het was een andere fase. Dat gevoel bleef, al was het even op de achtergrond. Om een paar jaar later nog sterker weer terug te komen.

Mijn blik werd breder dan het hardlopen alleen. Samen met een vriendin deed ik mee aan een 6km obstacle run. We wandelden alles en van de meeste obstakels maakten we ook niet veel. Naast ons startten de mensen van de 42km. En ik kon alleen maar denken, wat moet dat gaaf zijn, dat wil ik ook. En dus gebeurde dat een jaar later. Ik haalde de tijdslimiet en ik kwam zo blij over de finish. Daar stond een ervaren man, hij zag mijn ogen en voorspelde me dat ik verder zou gaan. Hij zag het vuur in mij en maakte me nog enthousiaster door te vertellen dat je verder kan.

Ik stuitte op de site van de Ultimate Warrior. Dit oogde minder commercieel. En daar stonden de afstanden, een 56km en een 24uurs. Ik schreef me meteen in voor de 56km, en weer was er dat stemmetje in mijn hoofd, ooit.. Maar wat was dit andere koek! Ik bakte weinig van de hindernissen, ze waren veel technischer. Ik kwam zowel techniek als kracht te kort. En mijn lichaam, werkelijk alles protesteerde. Ik voelde al mijn organen, zwalkend haalde ik de meet. Ik kreeg de medaille, mede omdat ze de tijdslimiet hadden verruimd. Maar dat stemmetje bleef. Die 56km moest toch ook wel “normaal” te doen zijn? Ik sloot me aan bij de survivalvereniging. Ik vroeg advies aan één van de organisatoren. En ik overlegde met één van de trainers van de bootcamp. Nog steeds begreep ik weinig van alles. Het advies was weinig praktisch. De ondertoon kwam neer op mindset, het mentale stuk. Gelukkig kon de trainer dat wel vertalen naar praktische trainingen. En toen was daar de tweede keer de 56km. En wat een verschil! Er lukten veel meer hindernissen. Ik kon blijven rennen tot het einde. Stralend kwam ik over de finish, 3 uur eerder dan het jaar ervoor. En toen wist ik het zeker: ik ga door!

Een half jaar had ik om me klaar te maken voor de 24uurs. Ik begon met een 24uurs hardloopwedstrijd om te erevaren hoe het is om de klok rond te gaan. Onderweg heb ik één flinke mentale dip gehad, daar heb ik mezelf uit weten te halen om als tweede vrouw te finishen. De nacht was prachtig, ik kon doorgaan zonder slaap. Dit was de motivatie die ik nodig had om verder te gaan.

Mijn trainingen richtten zich meer op kracht, sterker worden. Techniek leren bij de survival. Het mentale stuk door vervelende trainingen, veel te lange trainingen. En duur door tig trainingsuren op een dag te maken of dagenlang achter elkaar. Ik deed een generale voor mezelf, een dikke 30km met allemaal oefeningen tussendoor. Die ging erg lekker.

Mijn voeding had ik al redelijk op de rit, meer de focus op eiwitten voor de spieren. Aan de trainingen werd mobiliteit toegevoegd en ik merkte, mede daardoor, dat er steeds meer lukte. Ik werd weer vrienden met de foamroller en kocht er een andere bij. En voor herstel bracht ik een bezoek aan de (sport)masseur.

De laatste twee dagen voor de wedstrijd heb ik zo’n enorme buikpijn. Er gebeurt veel in mijn leven op dit moment. Veel wat de buikpijn kan verklaren. Toch denk ik dat het zenuwen zijn. Dit is wat ik zo graag wil, die medaille mee naar huis nemen. Ik weet dat ik mij niet beter voor had kunnen bereiden. Als ik er ooit klaar voor ben, dan is het nu!

Mijn oudste zoon blijft thuis. Hij heeft meer vertrouwen in me dan dat ik zelf heb op dat moment. “Mam, neem een katana mee naar huis”, fluistert hij. Dat is de prijs die de snelste 3 mannen en vrouwen krijgen. Ik fluister hem terug dat als ik er zicht op heb, ik alles zal geven, ik keihard zal vechten.

We komen op vrijdagavond aan. Daar tref ik Niels, de man van de organisatie die me steeds hielp met adviezen. Die ik eerder trof. Hij is ervaren. Wat fijn om hem daar te zien! Hij is druk met alles in orde maken. Toch heeft hij even de tijd voor een praatje. Hij vraagt wat mijn doel is. Ik denk dat hij mijn hele proces op social media wel voorbij heeft zien komen. Ik hoef hem weinig te vertellen. “De medaille, die wil ik mee naar huis nemen”. Hij zegt dat het goed is dat ik er zo insta. Geen verwachtingen hebben, het over me heen laten komen. En dat is wat ik van plan ben.

We zetten de vouwwagen op en gaan gezellig een hapje eten. Als we terugkomen worden we noodgedwongen vroeg naar bed gestuurd door vervelende kevers die maar op ons af blijven komen. Ik slaap veel te laat en slecht. Er is keiharde muziek. Ik geef me over aan alles.

Ik sta vroeg op. Verwen mezelf met pannenkoeken, vlecht m’n haar in en ik smeer me in met vaseline en zonnebrandcrème. Maak m’n tas en koelbox klaar en dan lopen we met z’n allen naar de start.

Ik krijg een 24uurs hesje, wat voelt het nu echt! We zetten de spullen in de tent. En ik bezoek nog tig keer de wc, de buikpijn is er nog steeds. Ik meld me in het vak voor de briefing. Naast me staat een andere vrouw, ze kijkt me aan en lacht naar me. Even later komt ze naar me toe, we slaan een arm om elkaar heen en gaan samen op de foto, nog niet wetende dat we later “tegen” elkaar zullen strijden. Mijn kinderen vragen of ik haar ken, nee, we zijn vrouwen in deze mannenwereld. En daardoor met elkaar verbonden.

Niels zorgt voor de briefing. Waarna de organisator nog even duidelijk maakt dat als een obstakel niet lukt, je 10 push-ups moet doen. Hij noemt en laat zien wat pus-ups zijn. Hierbij wordt geen ruimte voor twijfel over gelaten. Iedereen wil er voor gaan. Ik kijk om me heen, allemaal zelfverzekerde mannen. Sterk, breed en eigenzinnig. Ja, warriors, dat is hoe ze eruit zien. Ik tel 4 vrouwen tussen die mannen, waar ik er 1 van ben. Ik weet niet goed hoe ik mezelf zie. Ik voel me een beginneling. Maar aan de andere kant voel ik ook de rust over me komen. Ik ben overtuigd dat ik die medaille mee naar huis ga nemen.

Er volgt een korte warming-up en voor ik het doorheb wordt er afgeteld. We lopen langs de katana’s en klimmen de eerste hindernis in. We zijn gestart! De buikpijn is weg, ik voel me rustig. Zelfverzekerd. Dit is waar ik wil zijn. Dit is waar ik ooit van droomde, waar ik zo hard voor gewerkt heb. Ik ga het doen!

Lieve groet, Cobie

Uitdagingen

Nog 4 weken tot de Ultimate Warrior 24uur. Ik ben volop in training. Mijn piekweken. Het gaat lekker, ik krijg dat voor elkaar wat ik graag wil. Progressie op alle gebieden. Mijn lichaam kan het vele trainen goed aan, herstelt steeds sneller. En toch zijn mijn gedachten steeds ergens anders. Mijn moeder is ziek. Alles gaat in een sneltreinvaart. Ze start aankomende week met een behandeling, we hebben nog een sprankje hoop. Ik woon ver bij haar vandaan, kan er maar zo’n klein beetje voor haar zijn. We betrekken onze kinderen bij alles wat er gebeurt. En dat maakt dat alles soms zo chaotisch voelt, dat ik me moe voel, verward. We hebben een oude kat, mijn dochters grote liefde. En ook hij is ziek. Hij is bij ons geboren, 16 jaar geleden. En zal binnenkort sterven. Mijn dochter is ontroostbaar. En ook bij mijn man en mij hakt dat er in. En dan is er nog het werk. In die dikke 20 jaar dat ik er werk, is er nog nooit zo veel gebeurt als de afgelopen 2 weken. En dat maakt dat het trainen nu soms niet bovenaan staat.

“Soms niet”, zeg ik. Heel vaak ook wel, alsnog wel. Ik ben niet zo goed met mijn gevoel. Het sporten helpt me. Ik wil mijn kinderen leren dat ze hun gevoelens mogen tonen, dat die er mogen zijn. Ik wil er met ze over praten. En ik denk dat dat me redelijk lukt. Maar toch.. voor mezelf. Ik weet dat ik niet mag vluchten in het sporten. En toch doe ik het. Misschien is het geen vluchten, het is een uitlaatklep. Even niet voelen, even keihard door alles heen gaan. Het gevoel dat het lukt. De gewichten die steeds zwaarder worden. De lange trainingen die mijn lichaam makkelijk verteert. Het tempo wat omhoog gaat. Technieken die lukken. Herstel wat snel gaat. Het gevoel van altijd door kunnen gaan. Het niet hoeven voelen, alleen maar doordoen.

Mijn gedachten gaan beide kanten op. Ik spreek met mezelf af om niet te vluchten, zoals ik in het verleden deed. In de periode dat de man van mijn moeder ziek werd en overleed, liep ik meer dan ooit. Al mijn verdriet stopte ik daar in. Tot mijn lichaam me letterlijk een halt toe riep, in de vorm van een kuitblessure. Vanaf het moment dat ik mijn verdriet toeliet, er mee bezig ging, begon mijn blessure te verdwijnen. Ergens van binnen wist ik toen wel dat ik het onder ogen moest komen.

Nu, nu wil ik mijn weg er in vinden. Mijn man weet precies hoe ik me voel, voor hem of bij hem hoef ik me niet groot te houden. En nu zijn de kinderen er. En wil ik hun het goede voorbeeld geven. We praten er met elkaar over.

Hoewel mijn volledige focus nu niet bij de Ultimate Warrior is, voelt het wel heel fijn om een doel te hebben. Ik leef er naar toe. Als ik me somber, lusteloos of uitgeput voel, is dat doel er. Ik geef mezelf die schop onder de kont en ga ervoor. Ik werk m’n trainingen af. Sport samen met anderen. Laat me uitdagen. Zoek mijn grenzen op. En dat geeft een goed gevoel. Ik voel me sterk.

Afgelopen week een soort van generale gedaan, 33km met 88 oefeningen/obstakels onderweg. En dat ging goed! Erg goed! Tevreden over de tijd en al helemaal over het gevoel erbij. Dat geeft vertrouwen. Ik heb veel krachttrainingen gedaan en ik merk dat ik sterker word. Bij de survival heb ik techniek geleerd en ook daar merk ik vooruitgang. Dit jaar veel op duur getraind en ook dat werpt zijn vruchten af. Dan zijn er nog de hybride trainingen, waarin alles samenkomt. En ook deze gaan lekker. Door de mentaal zware trainingen werk ik me heen, al is het soms mopperend. Waar het tempo lange tijd wat zoek was, merk ik ook daar weer vooruitgang. Via de trainer min of meer gedwongen tot meer richten op mobiliteit. En ook daar begin ik nu voordeel van te merken. Ik ben weer vriendjes geworden met de foamroller. En heb er nog een andere bij gekocht waar ik zelf mee over mijn benen kan rollen. En op aanraden van de trainer mijn benen laten masseren, waarna deze soepeler voelden dan ooit.

Ik voel me sterk! Op alle fronten ga ik ervoor! Het verdriet is er, mag er zijn. Ik zal er voor mijn naasten zijn. En ik zal er voor mezelf zijn, goed voor mezelf zorgen. Dat mooie doel helpt me, soms kan ik daardoor even vluchten, is het mijn uitlaatklep. Maar het helpt me er ook door heen. Over 4 weken sta ik aan de start van mijn grootste avontuur ooit; een 24uurs obstacle run. Ik ga ervoor! Ik ga het halen!!

Lieve groet, Cobie