Weg van de wereld

Ik sta in een sporthal, m’n rugzakje met startnummer op m’n rug. En ik kijk naar de bandjes om m’n pols. Het bandje van de Hyrox, waar ik vorige week aan meedeed. Het bandje van de survivalrun een week eerder. En het bandje van de Ultimate Warrior, die ik al twee jaar draag. Twee keer deed ik de 56km en dit jaar hoop ik de 24uurs te finishen. En nu, sta ik daar met mijn veel te zware trailvest, me klaar te maken voor het avontuur dat me te wachten staat. Te focussen, want focus was er weinig. Drie wedstrijden in drie weken. Drie verschillende sporten en drie keer diep gaan. Het kwam zo uit, zeg ik steeds. Ik kan niet kiezen. En ik wil ook niet kiezen. Ik kijk rond naar de mensen om me heen. Peter noemt het een parallel universum, waar de wereld die hier niets me te maken heeft, geen weet van heeft. En dat is het ook, zo voelt het ook. Ik heb al eens geprobeerd om het in een foto vast te leggen, dat kan niet. Het is de sfeer, het gevoel. Maar ook de verbondenheid, de berusting, het wederzijds respect. En zeker ook het respect voor het avontuur dat komen gaat. Allemaal getrainde mensen, mensen die dit willen, mensen die weten dat ze op een bepaalde manier hun grens gaan opzoeken. En iedereen berust daar in. Er wordt zachtjes gekletst, ook is iedereen in zichzelf gekeerd. Het is zo’n fijn gevoel! Er valt een rust over me. Zin om op mezelf aangewezen te zijn, om mezelf tegen te komen. Hoe dat gebeuren weet ik dan nog niet, dat het gebeurt, is iets dat zeker is.

We lopen met z’n allen naar buiten, naar het startvak. Er worden nog snel wat foto’s gemaakt en dan is er de start. Ik heb mezelf voorgenomen om rustig te lopen. Er is een tijdslimiet van 11,5uur. In Deventer liep ik 84,4km in 12uur. Dat was volledig verhard en ook volledig vlak. Hier is bijna alles onverhard en gaat het doorlopend op en af. Ik weet dat het een uitdaging gaat worden. Lange tijd meed ik dit soort wedstrijden daarom, maar ik wil verder. Ik geniet ervan. En dan moet je het risico op falen maar op de koop toenemen. Ik ben bang dat ik de laatste verzorgingsposten niet op tijd ga halen. Dat deed me besluiten om zo veel mogelijk mee te nemen. Ik woog m’n rugzak, 4kg gaf de weegschaal aan. En ik heb werkelijk geen idee of ik daar goed aan doe.

Ik word al snel ingehaald door de lopers achter me. En al na een paar kilometer ben ik de laatste vrouw en loopt er slechts een enkele man achter me. Ik richt me op mezelf, m’n benen voelen wat zwaar. Misschien was het geen goed idee om die laatste 200 wallballs een dag eerder gedaan te hebben. Hoe dan ook, ik heb het er nu mee te doen. Ik laat me toch enigszins meevoeren in het tempo van de mensen die me passeren. Ik heb m’n horloge op navigeren staan en heb in eerste instantie niet door hoe hard ik loop. Ik zet een ander scherm voor en zie dat mijn vermoeden bevestigd wordt. Ik spreek met mezelf af om energie te sparen, alles wat moeite kost, gaan wandelen.

Ik loop lekker. Ik geniet! De zon komt op, de lucht kleurt oranje. Ik denk aan mijn vriendin. Ze is ziek, ze voert een strijd om beter te worden. Deze week appte ze dat als de lucht oranje kleurt, zij bij me is. Ik denk aan haar. Ik denk ook aan wat Peter zei voor de start. Ik ben heerlijk in m’n eigen wereld. Ik voel me weer dat meisje van vroeger. Hele dagen was ik bij mijn tantes op de boerderij, buiten, in het bos bij hun huis. Rennen, springen, weg van alles, in de natuur. En zo voelt het nu ook. En ik denk aan waar ik het van de week bij de bootcamp met iemand over had; controle loslaten. En dat lukt, ik loop lekker, in het moment en ik zie wel wat de dag me brengen gaat.

Ik focus me op de verzorgingsposten. De eerste bij 13km, de tweede bij 27km en de derde bij 36km. Ik vul m’n waterzak bij, mocht ik te laat zijn bij een post, dan heb ik nog voor een hele tijd water. Ik drink cola, eet tuc koekjes en suikerbrood. En ik denk weer aan mijn vriendin. Zij nam suikerbrood voor ons mee naar de wampex. En we maakten deze week een deal. Als ik haar kan bezoeken en zij weer goed kan eten, dan gaan we samen suikerbrood eten.

Ik focus me daarna op de marathon. Die wil ik zonder kleerscheuren halen in een schappelijke tijd. De gehoopte 5uur wordt 5 uur en 18min, geen man over boord. Vanaf 27km loop ik met muziek. Het nummer “Miracle” komt voorbij. Dit nummer vroegen we aan op de radio, tijdens de Wampex op het moment dat mijn vriendin ik aan het kletsen waren. Er gebeurt iets met me, ik word overvallen door emotie. Het liefst wil ik heel hard huilen, maar er komt niks. Ik loop een klein stukje verkeerd. En dan appt Afra me. Als ik terug stuur hoe ik me voel, belt ze me. Ze weet precies de rake dingen te zeggen, tranen rollen over m’n wangen. Zo fijn om dit even te kunnen delen. Zij heeft samen met Niek een lange duurloop gedaan, wat erg goed ging. Wat voel ik me trots! We hangen op en het emotionele gevoel blijft bij me. Ik weet dat het bij het lopen hoort. Ik stop het vaak weg, maar op deze momenten als ik op mezelf ben aangewezen, komt het toch wel. Het is ook goed. Mensen appen met de vraag of ik geniet, ik reageer niet. Genieten is het niet, ik ben waar ik moet zijn, waar ik wil zijn. Ik berust er in, dit is onderdeel van deze reis.

Ik kom bij de post op 50km. Een man waar ik steeds wat om heen kruis, geeft aan dat ik me geen zorgen hoef te maken over de tijdslimiet. Ik maak me klaar voor een rondje Lemelerberg om een kilometer of 12 later weer bij deze post terug te komen. Er wordt al gezegd dat dat het zwaarste stuk gaat zijn. Ik bereid me er op voor en ook nu berust ik in wat komen gaat. We gaan van alle kanten de Lemelerberg op en af en grotendeels is het mul zand. Als ik iets is wat ik haat, maar op de een of andere manier maak ik me er niet druk om. Ik accepteer het en ga door. Meestal loop ik al ruim voor de marathon met buikpijn, nu niet. Het lopen met eiwitten vooraf gaat goed. Wel voelt m’n buik wat raar. Als ik er met m’n handen overheen wrijf, voelt het zo veel platter. Regelmatig moet ik wennen aan m’n lichaam. Ik kijk naar de schaduw van mezelf en herken mijn eigen benen niet. Het is een gekke gewaarwording.

Het is warm. Het is midden op de dag en dit stuk is pal op de zon. Mensen vragen mij of ik meedoe met die lintjes die overal hangen. Dat bevestig ik. Ze vragen me naar de afstand en als ik 80km noem, vragen ze in hoeveel dagen het is. Zij wandelen en proberen hun afstand uit te breiden. Ze lijken niet te kunnen bevatten wat ik doe. Ik noem dat ik een van de laatsten ben en geef impliciet aan dat het niet zo veel voorstelt. Door hun reactie word ik aan het nadenken gezet. Steeds komt het terug dat ik mezelf niet met anderen moet vergelijken. Onbewust doe ik dat nu toch weer, ik kijk naar al die vrouwen die voor me liggen. Dat ik die 80km uit ga lopen, is iets dat voor mij wel vast ligt. De reactie van deze mensen, is precies wat ik nodig heb. Als verderop meer mensen informeren, is mijn gevoel daarbij anders. Ik voel me trots en dankbaar dat ik het kan doen.

Rond kilometer 60 ben ik weer terug bij de post. Het lopen gaat daarna nog even lekker, maar plotseling niet meer. Ik voel me misselijk, het gevoel of ik koorts heb. Mijn huid doet zeer. Mijn lichaam zegt nee. Het is steeds erg warm geweest, ik had doorlopend een droge keel en dus veel gedronken. Misschien wel te veel. Ik had weinig trek in eten. Dat wat ik de hele dag heb gegeten, is veel troep geweest. Ik denk aan de Wampex vorig jaar, ik was de dag erna overtuigd dat ik de griep had. Peter noemde dat dat intense vermoeidheid is. En zo voel ik me nu ook, alsof ik een flinke griep heb. Ik slaap structureel te weinig. Als ik de nacht voorafgaande aan de trail 5 uurtjes heb gepakt, is het veel. Mijn lichaam geeft aan dat het niet meer verder wil. Ik wil het liefst in bed kruipen. Maar toch.. Ik weet dat je mentale stuk het kan winnen van het fysieke. Hardlopen lukt amper meer, steeds een paar honderd meter, afgewisseld met stevig door wandelen. En zelfs het hardlooptempo is eigenlijk geen hardlopen meer te noemen.

Bij 76km staat een bordje met een smiley en een sarcastische tekst. We moeten naar beneden de zandkuil in en vervolgens dat steile stuk weer omhoog. Ik voel me zo beroerd, kan amper op m’n benen staan. Ik spreek mezelf toe en push mezelf omhoog. Wiebelend langs een smalle rand, wat ik ben ik blij als ik het bos weer bereik. Plotseling staat er een bordje van laatste kilometer. Ik app Peter. Die kilometer blijkt toch anderhalf te zijn. Peter loopt me tegemoet. Ik val in zijn armen en wil gaan huilen, maar ik ben er nog niet. Hij legt een hand op mijn schouder, dat doet zo’n pijn, mijn huid doet zo zeer. Hij wandelt met me mee en samen sprinten we het laatste stuk. Er komt nog een man achter ons aan. Peter blijft me opjutten dat ik me niet meer mag laten inhalen. Dat gebeurt ook niet, maar eigenlijk kan het me niet zo veel schelen. Ik heb mijn doel gehaald! 11 Uur en 18 minuten deed ik erover, binnen de tijdslimiet! Ik praat met de vrouw bij de finish en vertel haar over mijn emoties. Zij begrijpt het.

We kopen een waterijsje, mijn keel staat nog steeds in brand en gaan daarna snel haar huis. Ik ben klaar!

Na een paar uur zakt het zieke gevoel en eet ik wat. Ik voel me heel blij. Dankbaar dat ik dit heb kunnen doen. En trots dat het me gelukt is.

Afgelopen nacht was wederom waardeloos. Mijn benen bleven ongecontroleerd bewegen. Mijn rug en schouders doen zeer van de rugzak die veel te zwaar was. En ik ben vroeg wakker. Het zieke gevoel is grotendeels weg. Er is nu een enorme honger voor in de plaats gekomen. Ik mag niet klagen, geen blaren, geen schuurplekken en ik kan de trap gewoon op en af.

Ik kijk terug op een prachtig avontuur! Mijn emoties hebben een plekje gekregen. Ik ben een mooie ervaring rijker. En ik heb mezelf weer wat beter leren kennen.

Lieve groet, Cobie

2 gedachten over “Weg van de wereld”

  1. Hi Coby,

    We hebben elkaar niet gezien, maar via Peter had ik iets van je ervaringen gehoord. Wat mooi om het op deze manier nog beter mee te mogen maken. Stiekem erg herkenbaar op zoveel manieren 🙂 Wat een mooie prestatie! Super 💪🏻💪🏻 nu nagenieten van de overwonnen fysieke en mentale uitdaging!

    1. Hoi Sander,
      Dank voor je reactie. Ik hoorde van Peter dat je meedeed en dat je fantastisch hebt gelopen! Onderweg werd ik gepasseerd door een aantal lopers van de 60km, toe dacht ik nog, misschien ben jij daar wel bij. Maar ik weet niet hoe je er uit ziet.. Zo mooi het lopen van lange afstanden! Ik ga zeker nagenieten! Jij ook! Benieuwd wat je verder nog gaat doen..

Laat een antwoord achter aan Sander Weitkamp Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *