Don’t complain, enjoy the pain

Lekker! Eindelijk gaat het allemaal weer lekker en kom ik weer in een flow. Ik heb plannen, wensen, doelen. En ik merk dat ik op verschillende fronten weer vooruit ga. En dat is zo lekker!

Regelmatig zeg ik dat een training lekker is gegaan. Maar misschien is het ook wel eens leuk om de andere kant te belichten. Ik vraag me namelijk met regelmaat af of ik toch iets masochistisch over me heb. En of al die andere sporters dat ook hebben..

Laat ik beginnen met het hardlopen. We zeggen altijd dat het zo fijn is, we benoemen alle positieve kanten. Maar weet je, zo’n intervaltraining op je grens, die doet echt pijn. Die laatste paar herhalingen zijn verschrikkelijk. Longen branden, benen willen niet meer. Met een beetje pech komen maag en darmen in opstand en voel je je beroerd. En dan dat stemmetje waar je tegen vecht; “stop maar, het is kansloos, je kan ook rustiger aan doen”. En toch, als je zo’n training volbrengt, die voldoening!
Dan is er ook de lange duurloop. Gewoon lekker lopen op een rustig tempo. Heerlijk dwalen, je hoofd leegmaken. En het liefst in de natuur. Maar dan ga je verder, steeds iets. Zoek je je grenzen op en wil je daar voorbij. Je benen verzuren. Met het verleggen van je grenzen, leer je daar doorheen lopen. Lange afstanden leren je het stemmetje het zwijgen op te leggen. Terwijl je rust vindt in je hoofd, gaat elke vezel in je benen zeer doen. En ook naderhand blijven je benen zeer doen, soms wel dagenlang. En toch, terwijl die pijn er nog zit, denkt je hoofd al weer aan lopen. En weet je dat je nog verder kan. En wil.

Ik ben ook fan van hyrox. Kracht en duur wordt gecombineerd. Het lopen zou als “rust” kunnen dienen. Maar weet je, het komt neer op sporten met een maximale hartslag. Onderdelen als de burpees en de wallballs zijn een hel. En al helemaal als je misselijk en duizelig bent. Maar toch wil je dat PR halen en ga je er doorheen. Om na de finish met andere deelnemers even helemaal van de wereld te zijn. De trainingen zijn vaak niet heel anders, soms nog extremer dan de wedstrijd zelf. En toch, doe ik elke week meerdere trainingen. Koop ik steeds opnieuw een veel te duur ticket. Ik word er gewoon zo blij van.

Aan krachttraining heb ik inmiddels ook mijn hart verloren. Regelmatig is het zwaar. Soms zijn de herhalingen veel, deel je het op. Zie je je zat en wil je lichaam echt niet meer. En ook hier geeft het een kick om je grens op te zoeken. De barbell brandt in je handen. Schouders, benen of buik doen zeer. En dan is er nog de spierpijn naderhand, soms dagenlang. Het kan zo zeer doen dat het je bewegingen beperkt. Of tot een misselijk gevoel aan toe. En toch, ga je weer. Wil je zwaarder en wil je meer.

Survival doe ik ook, vooral met mijn kinderen. Dus dat is vast wat milder, alle kids die er zoveel plezier in hebben. Wat heb ik me daar op verkeken! Wat een bikkels zijn al die survival mensen. Blauwe plekken en schuurplekken worden medailles genoemd. Grip wat brandt. De eeltlaag wordt elke week dikker. Als je een hindernis niet haalt, moet je overnieuw beginnen. En dan is er nog het stuk angst. Veel hindernissen zijn best spannend (in het begin), maar dat wordt door niemand als excuus gebruikt. Steeds verder verleg je je grenzen op dit gebied. Wat een kick om steeds wat nieuws te leren, te kunnen. En voor mij ook om samen met mijn kinderen te kunnen sporten.

Sinds kort voeg ik ook kickboksen aan het rijtje toe. En dat gaat vaak nog wel een stapje verder. De eerste training begon met touwtje springen (zo begint elke training) op blote voeten. Ik leerde meteen dat ik niet mis wil springen. Niemand die verblikt of verbloost als het touw tegen je tenen striemt. Ik ben al 3x met een bloedneus thuis gekomen. 1x Heb ik minuten lang langs de kant gestaan, het bleef maar lopen. En weet je wat pijn deed, dat ik zo graag verder wilde sparren. Rake klappen, ook op je gezicht, daar moest ik wel aan wennen. En dan de trappen. Ik ben er nog steeds niet achter hoe ik ze op moet vangen. En of ze ooit minder pijn gaan doen. Soms loop ik de dag erna kreupel, of skip ik de looptraining maar. We sluiten steeds af met buikspieren, en die zijn pittig. Je ligt daar met handschoenen aan, scheenbeschermers voor en bitje in, want tijd om het uit te doen, is er niet. Na het sparren meteen door. Je vecht tegen jezelf of om het tempo bij te houden. Want als het niet lukt, telt het niet. Of beginnen we met z’n allen opnieuw. En dat wil niemand op zijn geweten hebben. Als ik naderhand naar huis fiets, verheug ik me al weer op de training van volgende week. Het is zo heerlijk, een uurtje volledig in je focus zitten.

Maar weet je wat nou echt pijn doet? Niet kunnen sporten, niet kunnen knallen. Een blessure of iets anders dat je beperk. Je lichaam wordt onrustig en je baalt.

Mijn conclusie; het sporten is gewoon zo lekker, wat je ook doet! Er is niks mis met een beetje masochisme 😉🤫

Lieve groet, Cobie