Opladen

Een logisch vervolg op mijn vorige blogs zou zijn, dat ik nu iets zou schrijven over herstel. En dat was ik ook van plan. Alleen twijfel ik een beetje of ik wel de juiste persoon ben om daar iets over te zeggen…

Laat ik beginnen bij het moment net na de Ultimate Warrior. Ik zit in de auto naar huis, ben inmiddels een uurtje of 28 wakker en ik had me voorgenomen om heerlijk te gaan slapen. Niet dus! Nog even schieten alle blije hormonen door m’n lijf. Maar dan laat mijn lichaam me toch terugkomen in de realiteit. Auw!!!! Wat doet mijn lichaam zeer. Ik ken dit gevoel van eerder, maar was het vergeten, heb het verdrongen. Het is echt verschrikkelijk! Ik zit gevangen in die autostoel en weet niet hoe ik mijn lichaam moet houden, hoe ik mijn benen neer moet zetten. Het maakt ook eigenlijk niet uit, het doet hoe dan ook ontzettend veel pijn. Zo veel dat ik er niet door in slaap kan vallen. Ik blijf bewegen, wat duurt de terugweg lang. Als ik thuiskom loop ik voorzichtig de trap op en probeer een paar uurtjes te slapen. Ook nu gaat het niet verder dan een beetje dommelen. Elke keer word ik wakker van het vervelende gevoel in mijn lichaam. Na een paar uurtjes strompel ik de trap af. Gelukkig zakt het intense gevoel snel af en kan ik daar ’s nachts wel om slapen.

Onze kat is erg ziek. Ik ga ’s avonds veel later naar bed dan ik van plan was, ik knuffel nog veel met hem en wil nog even bij hem zijn. De volgende ochtend heeft hij nog heel even een ademhaling. Als we allemaal beneden zijn, overlijdt hij. Hij heeft op ons gewacht. Ik voel nu alleen verdriet, intens verdriet. We begraven hem en ik meld me, iets later dan anders, op mijn werk. Dit is zo raar, blijdschap en verdriet gaan volledig door elkaar. Mijn lichaam voel ik niet meer.

De trainingen die ik normaal gesproken op maandagavond geef, had ik al afgezegd. Mijn loopmaatje en goede vriendin komt langs met bloemen en chocolade om me te troosten en om het te vieren.

Waar ik op zondag weinig honger heb en calorieën overhoud, haal ik dat op maandag meer dan in en ook de dagen daarna ga ik wel 500 tot 900 calorieën per dag over het beoogde aantal heen. Ik zou willen dat het allemaal gezond was en vooral eiwitten waren. Ik heb gewoon ontzettend honger!

Op dinsdagavond heb ik wel zin om weer te trainen. Het is ontzettend heet, de hybride training die op de planning stond, wordt aangepast. Drie kwartier met wat pauzes tussendoor. Voor mij achteraf perfect als hersteltraining! Op woensdagavond gaan de trainingen niet door en doe ik een workout voor mezelf, deze gaat lekker. En vanaf dan pak ik de trainingen weer op. Het lukt me alleen nog niet om ’s ochtends vroeg op te staan en een training zelf te doen. Dat neem ik maar even voor lief, ik heb m’n slaap nog hard nodig.

Ik had al bedacht dat deze week in het teken zou staan van rustig aan doen en herstellen. Het tandartsbezoek wat nog moet, plan ik in deze week. Ik ga uit eten met collega’s, al ben ik wel de eerste die afhaakt, omdat ik m’n ogen niet meer open kan houden.

En op vrijdag breng ik een bezoek aan de masseur. Hij hoort mijn verhaal aan en besluit dat het geen stevige massage gaat worden, maar een herstellende. Ik besluit het maar over me heen te laten komen. Ik ben er twee keer geweest, op aanraden van de trainer. Dat was wel een drempel. Ik liet alleen mijn benen masseren en ik moest wel bekennen dat mijn benen de dag erna zo veel fijner voelden. En nu besloot ik om voor een volledige sportmassage te gaan, maar ook daar is de drempel weer. Dus maar gewoon over me heen laten komen. Hij noemt van alles over energie en lijkt precies te weten waar mijn lichaam behoefte aan heeft. Hij zet me aan het nadenken over voeding. Hij noemt dat ik spot met de wetten van de natuur. Dat wat ik doe en dat ik daarnaast vegetarisch ben. Ik vind het interessante standpunten en vraag er op door. En ik noem mijn plan om over twee weken mee te doen met de Kardingebultra. Hij veroordeelt niet, maar stelt wel de vraag of ik dan op dat moment naar mijn lichaam ga luisteren. Ik denk niet dat ik een antwoord hoef te geven. Daarnaast heeft hij allang aan mijn lichaam gevoeld hoe laag de energie (nog) is.

Op zaterdagochtend ga in naar de bootcamp en doe ik ’s middags samen met mijn dochter mee aan tot de nek in de drek. En nu merk ik wel dat ik er nog lang niet ben. Als zij hard begint, moet ik erg m’n best doen om bij te blijven en wat ben ik blij als zij wil wandelen.

De week daarna doe ik alle trainingen weer, ook ’s ochtends. De benchmark eind van de week is een minuut langzamer dan twee weken eerder. Dat geeft alles aan, toch ben ik erg tevreden dat ik al weer zo ver ben.

Op maandagochtend merken we dat we een beslissing moeten maken voor onze doodzieke hond. Precies twee weken na de kat, moeten we ook hem laten gaan. Wat hakt dat er in. Ik heb te dealen met de emoties van mijn gezin. Maar ik merk dat ik er zelf ook helemaal af lig. Ik blijf maar huilen. Ik kom de hele dag tot niks. Op de namiddag schop ik mezelf naar buiten en ga trainen. Nou ja, dat is een groot woord, op dat moment is het therapie voor mij.

Het lukt me niet om me niet om ’s ochtends vroeg te gaan sporten. Ik ben zo gesloopt, emotioneel. Aan de trainingen met anderen heb ik juist extra behoefte, even gedachten verzetten. Daar komt nog bij dat ik misschien toch iets gas terug moet nemen voor de Kardingebultra. Ik ga op donderdagochtend nog naar de bootcamp en die voel ik wel in m’n benen, misschien ook niet heel verstandig.

Mijn herstel was een rare drie weken, wat werkelijk alle kanten op vloog. Uit ervaring weet ik dat als je een extreem lange obstacle run doet, de spierpijn wel snel wegtrekt. Maar de vermoeidheid daarentegen. Bij een obstacle marathon duurde het een dikke drie weken. Dus nu, ik heb werkelijk geen idee.

Er staat een backyard ultra op de planning. Ieder uur start je opnieuw voor een ronde van 6,7km, tot je stopt of niet op tijd bent voor een nieuwe start. Met een maximum van 24uur. Ik kwam het op internet tegen en voordat ik had gelezen wat het was, had ik me al ingeschreven. En pas later kwam ik erachter dat er maar drie weken tussen de wedstrijden zat.

Ik weet dat ik het niet tot het einde zal redden, ik hoop een mooi aantal kilometers te lopen. Hoewel ik ook regelmatig twijfel of ik überhaupt wel moet gaan. Ik besluit het maar gewoon aan te gaan, zonder verwachtingen. Het is warm, bijna 30 graden. Ik neem voor de start een duik in het meer en koel al vast wat af. We starten om 14.00uur en van het begin af aan heb ik het zwaar. Geen moment gaat het lopen vanzelf. De eerste ronde kan ik nog meelopen met een groep. Ik kom na 48 minuten binnen. Eten, drinken, plassen, een koude douche en weer weg. Iedere ronde ben ik iets langzamer en in de derde ronde ben ik alles al aan het vervloeken. Ik app Peter dat hij me ’s avonds wel op kan komen halen.

De vierde ronde zet ik muziek op, dat leidt wel iets af. Ik heb het zo warm en kan niet genoeg afkoelen. Lange afstanden wil ik lopen met een hartslag onder de 140, nu zit hij steeds op 145 en ook wel op 150. En het belangrijkste, ik krijg het mentaal niet op de rit. Ik ga iedere ronde meer wandelen, houd steeds minder tijd over. En ik maak me gek met de tijd. Onder het lopen, zie ik dat ik te langzaam ga. Als ik pauze heb, kijk ik continu hoe lang ik nog heb. Ik ben er zo klaar mee.

Als in ronde vier ook mijn maag en darmen gaan opspelen, weet ik dat mijn lichaam echt schreeuwt om te stoppen. Ik besluit zes rondes te lopen, dan geeft mijn horloge een marathon aan. Ik kom net binnen de tijd binnen en zou nog verder mogen, maar het is klaar.

Ik weet niet of ik keihard wil huilen of heel blij ben dat deze lijdensweg is afgelopen. Peter en Vera zijn er al snel. De man van de organisatie loopt langs en vraagt of ik tevreden ben. Ik blijf net te lang stil, waarop Peter het maar voor me invult. Ik noemde geen verwachtingen te hebben, toch kwam ik wel voor een kilometer of 70 of 80. Het valt me tegen, ik stel mezelf teleur. Alles wat ik hierboven schreef, er zijn tig redenen waarom ik niet verder kwam, niet verder kon. Dat is rationeel. De lat voor mezelf ligt hoog, ik had dit anders bedacht, anders gewild.

Rationeel weet ik ook dat dit de momenten zijn waar ik het meeste van leer. Hier kan geen training tegenop. Waar ik in het verleden het aandenken snel zou hebben weggestopt, maak ik er nu een foto mee en geef ik het een mooi plaatsje in huis. Ik weet dat ik dit ook nodig heb om verder te komen. Het is niet erg om mezelf soms keihard tegen te komen.

Ik slaap slecht en ben op tijd wakker. Mijn lichaam voelt goed, ik ga naar de bootcamp. Misschien niet zo zeer voor het sporten op zich, wel omdat ik het even nodig heb. Ik krijg een knuffel van een trainingsmaatje die precies schijnt te weten hoe ik me voel. En met z’n drieën knallen we keihard en hebben we veel lol. Precies wat ik nodig had!

En nu? Nu is het tijd voor herstel, tijd om mentaal op te laden. Ik heb met m’n man afgesproken dat ik me nu even niet impulsief ga inschrijven voor lange, gekke uitdagingen. We gaan deze week de vakantie plannen en volgende week trekken we erop uit. Even weg van alles. Morgen breng ik nog een bezoek aan de masseur. En ik ga weer lekker trainen, doen waar ik eigenlijk het meeste van hou. Even resetten, even voor mezelf, even geen druk, even geen lat… vakantie!

Lieve groet, Cobie

Mijn droom die uitkomt: de 24uur van de Ultimate Warrior

Yes! We zijn gestart! Ik ben begonnen aan mijn avontuur. Hier droomde ik van. En nu, nu ben ik hier. Hier op dit moment en op deze plaats wil ik zijn, moet ik zijn. Alles klopt. Er valt een rust over me. Ik ben vol vertrouwen. Niks gaat me tegenhouden om die medaille te behalen. Wat heb ik een zin! En wat ben ik ontzettend benieuwd wat me te wachten staat. Hoe het gaat zijn. En vooral hoe het gaat voelen. Ik heb van alles gevisualiseerd. Maar dat gevoel, daar kan ik me niks bij voorstellen. En die nieuwsgierigheid, dat is mijn drive. Ik lees en bekijk alles wat ik kan vinden over het mentale aspect van sport. Mega interessant. Maar ook enorm motiverend. Al die teksten en filmpjes, als je het vaak genoeg hoort, leest, nestelt het zich vanzelf in je hoofd. En ga je het geloven. En daar komt ook steeds het waarom voorbij. Als je een extreme uitdaging aangaat, moet je je waarom helder hebben. Alleen dan heeft het kans van slagen. Hoewel ik er veel over na heb gedacht, komt mijn waarom niet verder dan dat ik wil weten hoe het is. En steeds opnieuw vraag ik me af of dat genoeg is. Het heeft me alle eerdere uitdagingen doen laten slagen. En vandaag wil ik het antwoord krijgen op die vraag. Dat verlangen is zo krachtig, ik weet dat er niks is wat me er van gaat weerhouden.

Ik klim de hoge stellage in. Het is zo’n gave start locatie, een industrieel bouwwerk voor stenen- of zandtransport. We klimmen omhoog, gaan door een donkere tunnel. Er volgen bruggetjes omhoog en omlaag, trappetjes. Ik loop ergens in het midden, maar weet dat ik snel ergens achteraan zal lopen. Ik kom bij de hindernis waar Gert staat, een evenwichtsbalk, net iets te hoog. Ik ga er op m’n knieën overheen, waarschijnlijk ben ik de enige. Het kan me niet schelen. We komen bij een steiger. Zonder nadenken spring ik het water in. Ik klim over buizen heen en ga er onderdoor. Voor even kan ik nog bij de groep blijven. Er volgen monkeybars, deze lukken. En dan de muurtjes. Hoewel ik zo veel heb geoefend, lukt zelfs de lage niet. Gelukkig wil een sterke man me een voetje geven. Bij het hoge muurtje, doe ik de push-ups. Dan nog een paar hindernissen die makkelijk gaan. In de verte zie ik de touwen hangen, wat heb ik dat veel gedaan bij survival. Mijn handen zijn nat, de touwen glad. Het lukt me niet. Ik zet een voetklem, zet m’n handen hoger, maar op het moment dat ik de voetklem loslaat, glij ik naar beneden. Ik probeer het een paar keer. Ik lig inmiddels laatste en ga dan toch maar voor de push-ups.

Onderweg kom ik veel armhindernissen tegen. Er lukken een aantal, ieder jaar meer. En bij een aantal hindernissen waar vorig jaar niks lukte of die ik vorig jaar niet durfde, kom ik halverwege. Ik vier een feestje als bij het wheel of steel halverwege kom. Wat vond ik deze vorig jaar eng. Blij doe ik de push-ups.

We moeten in een sloot onder de snelweg door. Het is zwart water, het stinkt, het voelt als riool. Het is laag en donker. Met m’n handen hou ik de zijkant vast, het wordt iets dieper, waardoor ik gewoon kan lopen als ik m’n hoofd schuin hou. Bij het eruit klimmen heb ik m’n hele handen onder die zwarte smurrie zitten, dit moet ik de volgende rondes handiger doen. Zouden we hier vannacht ook in het donker doorheen moeten?

Er volgt een lang loopstuk. Het is warm. Ik kijk naar mijn tempo, ergens rond de 6.20min/km, hartslag net iets boven de 140. Dat is allemaal prima, niet gek laten maken dat ik achteraan loop. Een stuk door een sloot, door een weiland en bij een viaduct omhoog en ook weer omlaag. Verderop moeten we een rondje lopen met een gevulde jerrycan. Ik krijg hem op m’n schouder, het voelt zwaar. Wederom wat hindernissen en weer door sloten.

We komen aan aan de andere kant van het meer. Bij een springkussen omhoog om het water in te glijden. Met een gewichtszak twee keer een heuvel op en af. Een 4 kilo bal door een gat gooien en bij de volgende hindernis staat een verzorgingspost. Op aanraden van mannen die daar lopen, neem ik elektrolyten. Het enige wat kan gebeuren, is dat mijn maag kan protesteren. Volgens de mannen heb je het nodig en kan het kramp voorkomen. Ik heb ooit naar meningen, ervaringen gevraagd. Het werd me toen duidelijk dat niet wetenschappelijk bewezen is dat het werkt. Maar ja, baat het niet, het schaadt ook niet..

We lopen door een weiland, nog een monkeybars, op weg naar het dorpje. Midden op het plein staat weer een springkussen met water. We gaan het dorpje weer uit en komen aan bij het bos. Een prachtig stuk trail, ik loop een klein stukje verkeerd en ben nu ook de mannen die in mijn buurt liepen, kwijt. Als ik bij het water aankom, loop ik weer bij wat mensen. Ik weet het zeker, dit is het paradijs. Zo prachtig! Een beekje met allemaal takken, omgevallen bomen en wij banen onze weg er doorheen. Er dwarrelen beestjes rond, een soort mengelmoes van vlinder en libelle, neonblauw. De zon schijnt tussen de takken door, echt betoverend!

Dan door de weilanden, over en onder prikkeldraad door. De tireflip. Een van de mannen wil me helpen, maar ik laad me op en gooi de band om. Dit kan ik! We komen bij een rivier en moeten er aan de zijkant doorheen. We kijken uit op een stadje, prachtig! Maar wat is het zwaar! Er liggen losse stenen op de bodem, groot en klein en doorlopend glijden ze weg onder je voeten. Ik ga iets dieper en probeer te zwemmen. Dit gaat erg traag. Er vaart een speedboot die voor veel stroming zorgt. Ik loop toch maar verder. Het blijkt 900m te zijn en kost ontzettend veel energie. Als ik er bijna ben, komt een van de mannen nog even terug om te kijken of het goed met me gaat. Als ik uit het water kom, ben ik behoorlijk gesloopt. Ik heb al lang geen water meer gedronken. Er volgen wat kracht hindernissen. Lopen met een boomstam, met het onderstel van een verkeersbord. Met een zware metalen plaat, ook nu word ik door mannen in de gaten gehouden: “pas op je tenen”. Maar het lukt, al is het net. En omhoog en omlaag met een zware ketting. Een man legt hem bij me in m’n nek en ik kan hem ook weer doorgeven.

Er staan nog wat arm/zwaai hindernissen die niet allemaal lukken. En het is veel lopen. Wat ben ik blij als ik een post zie, ik heb zo veel dorst. Het water is op, dat doet mentaal wat. Gelukkig zijn daar toeschouwers met ijskoud water die het willen delen. Wat ben ik dankbaar. Als vervolgens binnen een kilometer de volgende post staat, waar wel water is, voelt dat een beetje dubbel.

Ik weet niet precies meer hoe de ronde gaat en wat ik allemaal tegen kom. Ik weet wel dat ik weer ezels zie onderweg. Van die kleine, schattige, met veel te lange haren en veel te grote oren.

Weer terug in het bos zie ik een bekende, een vrouw die ik het eerste jaar dat ik de 56km deed, trof. Zij doet nu de 14km. Ik loop een stukje met haar mee. Dan een armhindernis met ringen die je over buizen moet schuiven. Ik weet dat ik deze kan. De ene buis hangt scheef en ik moet met de ring omhoog. Ik focus me en hoor dat ik aangemoedigd word. Als ik aan de overkant ben, zie ik dat het Gert is. Hij doet ook de 14km. Hij komt bij me lopen en we kletsen wat. Dan volgen de hindernissen bij de vouwwagen, die ook niet allemaal lukken.

We zijn weer terug bij de start locatie en moeten daar nog wat hindernissen doen. Voor me zwaait een vrouw aan de ringen, ze valt er uit en noemt dat ze haar been gebroken heeft. De schrik zit er bij mij in, ik durf niet goed meer en kies al snel voor push-ups. Na de laatste hindernissen loop ik door een tent. Dit was de eerste ronde van 28km. Ik lig goed op schema.

Ik eet, drink en vul mijn zakken bij. Ik zeg Gert gedag en maak me klaar voor de tweede ronde van 28km. Vorig jaar deed ik 9 uur over de 56km. Ik heb me voorgenomen om nu rustiger te gaan. En met de warmte en de weinig waterpunten onderweg, is dat ook nodig.

Het gaat lekker, ik ken de route nu en weet ook hoe ik alles wil en moet doen. Voordat we de rivier ingaan, eet ik wat. Dat helpt. Ik weet nu wat me te wachten staat en dat maakt het mentaal een stukje makkelijker.

Net na de rivier zie ik iemand van de organisatie fietsen. Hij heeft extra water neer gezet. Ik bedank hem. Hij checkt even hoe de laatste lopers liggen, zodat de organisatie alles helder heeft. Hij loopt een stukje met me mee. Ik heb hem wel eerder getroffen, we zijn al snel gezellig aan het kletsen. Hij zoekt de mannen achter me op en ga ik door. Later in het bos ben ik bij de zware kettingen. Nu moet ik hem alleen in mijn nek leggen. Ik denk aan de zware barbell van power hour en gooi de ketting in een keer over mijn hoofd. Als ik het rondje gelopen heb, is de man er weer. Hij noemt dat hij er respect voor heeft hoe ik dat met de ketting doe.

Ik verheug me op de waterpost, maar als ik daar aankom, is hij weg. Ook de post daarna is weg en ik kom tot de conclusie dat ik nu heel lang zonder water zal moeten. Het is warm, ik baal. Toch kan ik de knop omzetten. Ik schakel terug in tempo. Als ik bijna weer bij de kampeerplaats ben, merk ik hoe droog mijn mond en lippen zijn. Ik kan mijn lippen niet meer nat maken, ik heb enorme dorst. Peter is nu met Gert en de kinderen ergens een hapje aan het eten, de vouwwagen staat er, maar de koelkast staat achter in de auto.. Ik kijk de hele vouwwagen door, maar geen drinken.. Vlak daarnaast zetten mannen een tent op. Ik vraag om water en krijg een flesje. Wat ben ik blij!

Het is nu nog een klein stukje naar de tent. Dan zit de tweede ronde erop, 56km in 10,5uur. Precies het schema wat ik in mijn hoofd had. Ik bedenk me dat mijn avontuur nu gaat beginnen. Eigenlijk wil ik dat ook op social media delen. Ik doe het niet, dat zou doen vermoeden alsof die eerste 10,5uur niets voorstelden. Ik kom nu in het onbekende, dit is wat ik wil weten, wat ik wil ervaren.

Peter, Gert en de kinderen zijn nu ook op het terrein. Felix en Gert zullen om 22.00uur starten met de nighttrail. We rekenen en hopen dat ik dan net een stukje onderweg ben bij de tweede keer 7km, zodat ze op me in kunnen lopen. Ik meld me bij de organisatie, dat ik m’n eerste ronde in ga. Ik krijg een wit armbandje om.

Maar al snel in de eerste ronde van 7km merk ik dat mijn tempo wel weg is. Ik wandel de hele ronde en vind het wel goed. Ik heb een slag gehad van 2,5uur zonder water. Er wandelt een man met me mee. We kletsen over van alles nog wat. Hij heeft veel ervaring. Hij heeft al een paar rondes van 7km gelopen. Hij geeft aan het rustig aan te willen doen, want hij wil later deze week naar Schotland gaan om te hiken. Hij zegt me dat ik prima kan rennen. “Je hoofd schakelt dan uit en je lichaam neemt het vanzelf over.” Ik verklaar hem nog net niet voor gek, ik lach.

Deze ronde is een stuk van de grote ronde, we slaan nu alleen aan de achterkant van het meer af. We lopen een stukje door het water en even verderop zwemmen we door het water naar een klein eiland, zo mooi!

Als ik weer in de tent ben, is de nighttrail al lang vertrokken. Peter maakt wat foto’s van mij met Vera en Midas. Ik eet steeds wat, banaan, pannenkoeken, tuc koekjes en ik drink chocolademelk en soms een slokje cola.

Ik krijg nu een geel armbandje om en ga de tweede ronde in. Ik heb m’n hoofdlampje op, alles is donker. We moeten idd onder de snelweg door in het donker, door de vieze sloot. Toch valt het alles mee. En weet je, ik ren weer! Steeds denk ik aan de woorden van die man, ik krijg een lach op mijn gezicht. Ik schakel mijn hoofd uit en inderdaad, mijn benen doen het wel.

In de laatste sloot zitten allemaal kikkers, ze worden nu actief. Het is een stukje van 200m en ik zie wel 50 kikkers. Ze springen, ze zwemmen, ze kwaken. Ik vind kikkers geweldig. Als meisje zijnde ving ik iedere kikker. En stiekem gaf ik hem dan een kusje.. iets met een prins 😉 Het zwemmen is nu helemaal magisch. Vlak voor ik weer op het vaste land ben, zie ik een rat wegschieten. Ik geniet! De nacht is amper begonnen, wat ben ik in mijn element! Het is zo mooi!

Als ik door de finishtent kom, staan Felix en Gert daar. Ze kijken me allemaal niets begrijpend aan. Zij zijn er nog maar net en ze snappen niet hoe ik deze ronde zo snel heb kunnen lopen. “Ik ren weer! Gewoon je hoofd uitschakelen en dan doen je benen het wel”. Wat voel ik me blij! Ik neem afscheid van iedereen, ze gaan allemaal slapen en ik ga nu echt de nacht in, alleen.

Ik krijg nu een oranje armband om en na deze ronde heb ik de verplichte afstand gelopen, ik moet het dan alleen nog tot 7.00uur uithouden. Dat is nog ongeveer 7 uren te gaan. De derde ronde gaat op ongeveer dezelfde wijze. Als ik terug ben informeer ik hoeveel vrouwen er meedoen. “Vier en jij ligt nu tweede, nummer één ligt een half uur voor jou”. Ik begrijp er weinig van. Ik breng iets uit van als ik dus nu verder loop, ik tweede kan worden. Waarop de man me aankijkt en alleen maar ja kan zeggen.

Ik krijg er een groene armband bij en begin aan ronde vier. Iedere keer bukken doet nu zeer, iedere sloot in en uit wordt nu een behoorlijke opgave. Ik spreek met mezelf af dat ik het hierna wat ga rekken en dat ik dan tot 92km doorloop. Gewoon om één minuut na 7.00uur binnen komen. De jerrycan krijg ik amper nog op mijn schouder. En toch ben ik nog steeds heel blij.

Als ik net in de tent ben, vraagt Niels aan me hoe het gaat. “Fantastisch”, roep ik. Er liggen allemaal mensen te slapen, mensen zijn moe, herstellen, eten. En ik straal, ik geniet van de nacht. Nog voor ik wat gegeten heb, komt Niels naar me toe: “Als je nu naar buiten gaat, ben je eerste vrouw. De andere vrouw is hier nog steeds”. Ik bedenk me geen moment. Ik grijp wat gelletjes, stop m’n zakken vol. Stuur Gert snel een appje, hij en Felix willen de laatste ronde meelopen. Ik krijg een blauwe armband om en met een banaan in mijn mond en zonder pauze, klim ik de hoge stellage weer in.

Ik kan de hele vijfde ronde rennen. Ik voel geen pijn meer, het bukken lukt weer, ik spring de sloten weer in en ik klim er weer uit. Er gaat een knop om, ik wil eerste worden! Ik bedenk me wel dat ik nu een ronde meer zal moeten lopen. Ik weet niet hoe lang ik over deze ronde doe, maar het is ver weg mijn snelste.

Terug in de tent informeer ik hoeveel na mij de andere vrouw is vertrokken, dat is 40 minuten. Volgens Niels kan ik wandelen. Maar dat vertrouwen heb ik niet. Ik app Gert snel dat ik vertrek en dat ze me maar op moeten zoeken.

Het is 6.00uur als ik aan mijn laatste ronde begin. Mijn lichaam heeft inmiddels wel veel gegeven. Het is nu steeds korte stukjes wandelen afgewisseld met korte stukjes hardlopen, alle pijntjes zijn nu in tienvoud terug. Bij een hanghindernis voel ik het vel op m’n vinger open gaan, dat mag nu. Ik vraag me af waar de andere vrouw is, het is de vrouw waar ik voor de wedstrijd contact mee had. Steeds kijk ik achterom. Ergens weet ik wel dat het niet kan. Ik ben een half uur op haar ingelopen en ze is daarna ook nog 40 minuten na mij gestart. En als ze zo veel later is gestart, heeft ze dat misschien wel gedaan om net na 7.00 uur op 92km te finishen.

Als ik op twee derde ben, staan Felix en Gert daar. Gert wordt gek van hoe paranoia ik steeds achterom kijk. Als ik bij het zwemmen iemand achter me zie en hem dat noem, roept hij: “het is een man!” Als ik weer op het terrein aankom staan ook Peter, Vera en Midas daar. Gert komt naar me toe en zegt dat hij navraag heeft gedaan bij de organisatie, de andere vrouwen zijn al met kortere afstanden gefinisht. Wat ben ik blij! Ik zweef door het laatste stuk heen, met m’n kinderen om me heen.

Bij het dikke touw doe ik nog een poging, ik pak de push-ups, de laatsten. Als ik overeind wil komen, hoor ik: “het waren er maar negen!” Ik zie Niels bovenop een bult staan. Ik laat me zakken en doe er nog één. “Acht, zeven”. Ik doe er nog een paar, tot hij “tien” zegt. We lachen allebei.

Ik loop over het bouwwerk, door het water, over de pijp en de laatste keer door de tent. Als ik uit de tent kom, zie ik daar de hele crew staan, met Niels voor aan. Ze klappen, juichen en feliciteren me. Wat is dit een mooi, speciaal onthaal. Niels komt naar me toe en geeft me een knuffel.

Wat ben ik blij, dankbaar. Het is zoveel mooier dan ik me ooit voor had kunnen stellen. Alle stukjes vielen op zijn plek, alles klopte. Het was ultiem!

Niels hangt me de medaille om. Hij is mega. Knalrood. Een spinner. De vetste medaille die ik ooit heb gezien. En hier deed ik het voor, die wilde ik mee naar huis nemen.

Ik krijg een shirt en Niels geeft me aan dat de prijsuitreiking om 9.15uur is. Peter haalt mijn tas met schone kleren op. In een tent hangen brandweerslangen. Peter helpt me, bewegen wordt nu wel een dingetje. Ik besluit alle schaamte maar opzij te zetten, trek m’n kleren uit en douche onder het ijskoude water.

De resterende tijd breng ik samen met Vera en een rol kaaskoekjes door op een bankje. Alles doet zeer. In slow motion wandelen we naar de vouwwagen en weer terug.

En om 9.15uur is de prijsuitreiking. Ik zie de vrouw weer die tweede is geworden en ook de nummer drie. We geven elkaar een knuffel. Niels zegt wat en al knielend overhandigt hij mij de katana. Hij mompelt iets over dat hij niets gaat zeggen. We kijken elkaar aan en weten genoeg. Dan is de prijsuitreiking van de mannen en uiteindelijk gaan we nog met z’n allen op de foto.

Ik neem afscheid van Niels en bedank hem voor alles.

Onderweg naar huis app ik Willem: “ik neem de katana mee”. Ik heb het gedaan! Ik heb de medaille opgehaald en meer. Ik weet nu hoe het voelt. Ik ben een prachtige ervaring rijker. Mijn nieuwsgierigheid is beantwoord. Ik heb veel geleerd. Over mijn lichaam. Maar zeker ook over mijn mindset. Ik begrijp alle tips nu die ik eerder kreeg. Ik denk dat ik het allemaal begin te begrijpen. Hoewel ik nog steeds denk dat ik aan het begin sta, kan ik nu wel zeggen: ik ben die warrior die ik ooit hoopte te worden!

Aan alle mensen om me heen: dank jullie wel! Zonder jullie had ik dit nooit kunnen doen!

Lieve groet, Cobie

Ik ga het doen!

Soms zijn er van die dingen, waarvan je weet dat je ze wilt doen, kan doen en gaat doen. Dan is er zo’n gevoel, diep van binnen. Je weet zeker dat dat voorbestemd is.

Ik was een meisje van een jaar of 10. Ik kwam bij familie vandaan en fietste naar huis. Het was maar een klein stukje, waarvan het eerste stukje een kaal landweggetje. Ik had de wind pal tegen. Ik zag m’n leven voor me, ik wist daar op dat moment waar ik van droomde. En weet je, mijn leven ziet er nu zo uit, zoals ik daar op dat moment hoopte. De wind was zo sterk, ik kon er amper tegenin komen. Ik mopperde inwendig. Tot er een stemmetje in me iets zei over dat ik dit ooit nodig zou hebben. Iets met een gevoel over doorgaan, alsmaar verder doorgaan, vechten tegen de elementen en tegen mezelf. Ik voelde me onoverwinnelijk.

Ik was in die tijd ook dat meisje dat bij gym vaak als laatste werd gekozen. Mijn enthousiasme was er, maar een natuurtalent ben ik nooit geweest. Toch heb ik me nooit ergens door laten weerhouden.

Toen ik bij de beginnersgroep van een hardloopvereniging startte, wist ik zeker dat ik ooit die marathon zou lopen. Met dat voor ogen liep ik twee jaar later mijn eerste marathon. Ik hoorde over langere afstanden. En ook toen was er iets in me dat zeker wist dat ik daar voor zou gaan. Mijn kinderen kwamen er als een soort van onderbreking tussendoor, het was een andere fase. Dat gevoel bleef, al was het even op de achtergrond. Om een paar jaar later nog sterker weer terug te komen.

Mijn blik werd breder dan het hardlopen alleen. Samen met een vriendin deed ik mee aan een 6km obstacle run. We wandelden alles en van de meeste obstakels maakten we ook niet veel. Naast ons startten de mensen van de 42km. En ik kon alleen maar denken, wat moet dat gaaf zijn, dat wil ik ook. En dus gebeurde dat een jaar later. Ik haalde de tijdslimiet en ik kwam zo blij over de finish. Daar stond een ervaren man, hij zag mijn ogen en voorspelde me dat ik verder zou gaan. Hij zag het vuur in mij en maakte me nog enthousiaster door te vertellen dat je verder kan.

Ik stuitte op de site van de Ultimate Warrior. Dit oogde minder commercieel. En daar stonden de afstanden, een 56km en een 24uurs. Ik schreef me meteen in voor de 56km, en weer was er dat stemmetje in mijn hoofd, ooit.. Maar wat was dit andere koek! Ik bakte weinig van de hindernissen, ze waren veel technischer. Ik kwam zowel techniek als kracht te kort. En mijn lichaam, werkelijk alles protesteerde. Ik voelde al mijn organen, zwalkend haalde ik de meet. Ik kreeg de medaille, mede omdat ze de tijdslimiet hadden verruimd. Maar dat stemmetje bleef. Die 56km moest toch ook wel “normaal” te doen zijn? Ik sloot me aan bij de survivalvereniging. Ik vroeg advies aan één van de organisatoren. En ik overlegde met één van de trainers van de bootcamp. Nog steeds begreep ik weinig van alles. Het advies was weinig praktisch. De ondertoon kwam neer op mindset, het mentale stuk. Gelukkig kon de trainer dat wel vertalen naar praktische trainingen. En toen was daar de tweede keer de 56km. En wat een verschil! Er lukten veel meer hindernissen. Ik kon blijven rennen tot het einde. Stralend kwam ik over de finish, 3 uur eerder dan het jaar ervoor. En toen wist ik het zeker: ik ga door!

Een half jaar had ik om me klaar te maken voor de 24uurs. Ik begon met een 24uurs hardloopwedstrijd om te erevaren hoe het is om de klok rond te gaan. Onderweg heb ik één flinke mentale dip gehad, daar heb ik mezelf uit weten te halen om als tweede vrouw te finishen. De nacht was prachtig, ik kon doorgaan zonder slaap. Dit was de motivatie die ik nodig had om verder te gaan.

Mijn trainingen richtten zich meer op kracht, sterker worden. Techniek leren bij de survival. Het mentale stuk door vervelende trainingen, veel te lange trainingen. En duur door tig trainingsuren op een dag te maken of dagenlang achter elkaar. Ik deed een generale voor mezelf, een dikke 30km met allemaal oefeningen tussendoor. Die ging erg lekker.

Mijn voeding had ik al redelijk op de rit, meer de focus op eiwitten voor de spieren. Aan de trainingen werd mobiliteit toegevoegd en ik merkte, mede daardoor, dat er steeds meer lukte. Ik werd weer vrienden met de foamroller en kocht er een andere bij. En voor herstel bracht ik een bezoek aan de (sport)masseur.

De laatste twee dagen voor de wedstrijd heb ik zo’n enorme buikpijn. Er gebeurt veel in mijn leven op dit moment. Veel wat de buikpijn kan verklaren. Toch denk ik dat het zenuwen zijn. Dit is wat ik zo graag wil, die medaille mee naar huis nemen. Ik weet dat ik mij niet beter voor had kunnen bereiden. Als ik er ooit klaar voor ben, dan is het nu!

Mijn oudste zoon blijft thuis. Hij heeft meer vertrouwen in me dan dat ik zelf heb op dat moment. “Mam, neem een katana mee naar huis”, fluistert hij. Dat is de prijs die de snelste 3 mannen en vrouwen krijgen. Ik fluister hem terug dat als ik er zicht op heb, ik alles zal geven, ik keihard zal vechten.

We komen op vrijdagavond aan. Daar tref ik Niels, de man van de organisatie die me steeds hielp met adviezen. Die ik eerder trof. Hij is ervaren. Wat fijn om hem daar te zien! Hij is druk met alles in orde maken. Toch heeft hij even de tijd voor een praatje. Hij vraagt wat mijn doel is. Ik denk dat hij mijn hele proces op social media wel voorbij heeft zien komen. Ik hoef hem weinig te vertellen. “De medaille, die wil ik mee naar huis nemen”. Hij zegt dat het goed is dat ik er zo insta. Geen verwachtingen hebben, het over me heen laten komen. En dat is wat ik van plan ben.

We zetten de vouwwagen op en gaan gezellig een hapje eten. Als we terugkomen worden we noodgedwongen vroeg naar bed gestuurd door vervelende kevers die maar op ons af blijven komen. Ik slaap veel te laat en slecht. Er is keiharde muziek. Ik geef me over aan alles.

Ik sta vroeg op. Verwen mezelf met pannenkoeken, vlecht m’n haar in en ik smeer me in met vaseline en zonnebrandcrème. Maak m’n tas en koelbox klaar en dan lopen we met z’n allen naar de start.

Ik krijg een 24uurs hesje, wat voelt het nu echt! We zetten de spullen in de tent. En ik bezoek nog tig keer de wc, de buikpijn is er nog steeds. Ik meld me in het vak voor de briefing. Naast me staat een andere vrouw, ze kijkt me aan en lacht naar me. Even later komt ze naar me toe, we slaan een arm om elkaar heen en gaan samen op de foto, nog niet wetende dat we later “tegen” elkaar zullen strijden. Mijn kinderen vragen of ik haar ken, nee, we zijn vrouwen in deze mannenwereld. En daardoor met elkaar verbonden.

Niels zorgt voor de briefing. Waarna de organisator nog even duidelijk maakt dat als een obstakel niet lukt, je 10 push-ups moet doen. Hij noemt en laat zien wat pus-ups zijn. Hierbij wordt geen ruimte voor twijfel over gelaten. Iedereen wil er voor gaan. Ik kijk om me heen, allemaal zelfverzekerde mannen. Sterk, breed en eigenzinnig. Ja, warriors, dat is hoe ze eruit zien. Ik tel 4 vrouwen tussen die mannen, waar ik er 1 van ben. Ik weet niet goed hoe ik mezelf zie. Ik voel me een beginneling. Maar aan de andere kant voel ik ook de rust over me komen. Ik ben overtuigd dat ik die medaille mee naar huis ga nemen.

Er volgt een korte warming-up en voor ik het doorheb wordt er afgeteld. We lopen langs de katana’s en klimmen de eerste hindernis in. We zijn gestart! De buikpijn is weg, ik voel me rustig. Zelfverzekerd. Dit is waar ik wil zijn. Dit is waar ik ooit van droomde, waar ik zo hard voor gewerkt heb. Ik ga het doen!

Lieve groet, Cobie