Een trainingsweek

Nog 3 maanden tot mijn grootste avontuur ooit. Alles moet kloppen. Op alle fronten hoop ik mezelf nog te verbeteren. Niks wil ik aan het toeval overlaten. En dus ben ik volop in training. En probeer ik mijn voeding te optimaliseren. Hopende dat alles tijdens die 24 uur in juni perfect samen komt.

Via Blueprint Bodyplan hebben we een plan opgesteld voor zowel voeding als training. Hier zitten gedachtengangen achter. Als ik sterker word, gaat dit me helpen. En dus ligt qua voeding de focus op spieropbouw, 2kg spieren aankomen in een half jaar tijd. En concreet betekent dat heel veel eten (3500 calorieën op een dag), waarvan een heel groot gedeelte eiwitten. De hoeveelheid eten vind ik meestal niet zo’n probleem, mijn lichaam geeft aan het nodig te hebben. De 306 gram eiwitten op een dag, vind ik wel lastig te halen. Ik ben vegetarisch en ik eet ook geen vis. Wat dus betekent dat ik de hele dag in de weer ben met shakes, repen, kwark, eieren en overal maar extra proteïne poeder doorheen gooi. En dan nog haal ik het net niet. Ik voel me wel erg goed bij dit eetpatroon. Ik at altijd veel koolhydraten en merk dat ik me nu minder opgeblazen voel, ik snaai amper nog en ik voel me voller. Ik vreesde een beetje dat het ten koste zou gaan van de lange afstanden hardlopen, maar niets is minder waar. Dat gaat ook prima op eiwitten.

Het andere deel van het plan zijn de trainingen voor 3 maanden. Per maand heb ik 4 trainingen gekregen, die ik wekelijks herhaal. Ik heb doelen bedacht voor zowel de ultimate warrior, de hyrox, survival runs als ook het hardlopen. En de trainingen zijn gericht op deze doelen. Zo zijn er krachttrainingen (lower body, upper body), trainingen gericht op hardlopen en burpees en trainingen gericht op de hyrox en ultimate warrior. Deze trainingen doe ik ’s ochtends vroeg, voordat mijn dag echt begint. Om te kijken hoe het er voorstaat met mijn doelen, zijn er de benchmarks. Ik voeg deze samen tot een training, of een test, want zo voelt het wel een beetje. Concreet is dat zo snel mogelijk 5km hardlopen. 80M burpee broadjumps zo snel mogelijk doen. 100 Wallballs non stop doen, ook zo snel mogelijk en deze is in maand 2 en 3 vervangen door zo veel mogelijk thrusters doen. En zo veel mogelijk pull-ups achter elkaar doen. En dat bij elkaar is een vijfde training in de week.

Hiernaast zijn er de andere training nog die ik volg, geef of vind dat ik moet doen. Zo loop ik mee met de duurlooptraining, doe ik regelmatig mee met de interval training die ik geef en loop ik met regelmaat een lange duurloop. Ik doe mee met de hyroxtraining, power hour, boksen en als het lukt een uurtje bootcamp. En samen met de kids doe ik een survivaltraining. Er zijn wedstrijdjes en er worden sociale sportmomenten gepland.

En nu, nu zit ik er middenin. Het einddoel lijkt nog zo ver weg, het nieuwe is er wel een beetje af. De snelle progressie die ik vorig jaar boekte, is er nu niet. En dat maakt dat mijn gedachten soms alle kanten opvliegen. Regelmatig vind ik het zwaar op moment. En regelmatig twijfel ik ook aan alles. Soms vallen resultaten zo tegen. Voel ik me moe. Heb ik geen zin. Aan de andere kant zijn er ook euforiemomenten. Ik voel me fit als ik na het sporten aan de dag begin. Ik merk dat ik sterker word. En als ik in de spiegel kijk, zie ik hoe mijn lichaam verandert.

Ik wil jullie meenemen in hoe een week eruit ziet, hoe mijn gedachtengangen wisselen, hoe ik mij voel.

Vorig week zondag liep ik met mijn loopmaatjes in het Teutoborger Wald. We wilden heuvels trainen. En dat lukte daar! We liepen een halve marathon op een rustig tempo. Het was erg gezellig, maar ik zou liegen als ik zei dat het vanzelf ging. Mijn lichaam voelde bij de eerste stap al moe aan. De rest van de dag deed ik rustig aan en dat maakte dat ik me maandag een stuk fitter voelde.

Maandag stond ik vroeg op en begon ik rond zes uur met een lower body training. Ik had zware benen van de dag ervoor, maar aangezien er eind van de week een lange duurloop op de planning stond, leek het me wijsheid deze training op maandag te doen. En dus onder andere zware backsquats met zware benen. En eindigde ik de workout met een kwartier lang 50 jumpsquats afgewisseld met 40sec wallsit. Ik hoef vast niet uit te leggen hoe m’n benen zich op dat moment voelden. Ik had een lange werkdag voor de boeg. Ik werd ongesteld, voelde hoofdpijn opkomen en besloot dit maar te verdoven met paracetamol. ’s Avonds thuis even snel eten en weer door naar de jeugdtraining. Ik liep aansluitend de 7,5km mee met de duurlooptraining. De hoofdpijn was gezakt, maar mijn benen bleven zwaar voelen. Waar ik normaal lopend naar de trainingen ga, ging ik nu op de fiets, mezelf toch een beetje sparen.

Dinsdagochtend begon ik om zes uur aan de volgende training. Ik voelde me belabberd, krampen van de menstruatie. Ik weet dat dit beter wordt door juist te gaan sporten. Een workout van hardlopen, burpees en squatten met gewicht en dat twee keer 20min. Het is mentaal dan wel een dingetje om om 5.30uur op te staan en om in het donker, in de kou met zware benen en buikpijn een workout te gaan doen waar je eigenlijk geen zin in hebt. En waarvan je weet dat je je makkelijk op kan blazen. De eerste 20min was doorkomen. En de in de tweede ging de knop om, de buikpijn zakte af en ik kreeg een halve ronde meer voor elkaar dan in de eerste 20min. Als finisher was het 15min lang 100m farmer carry (met 2x 16kg dumbbells) afwisselen met 20 hanging knee raises. Ik stopte met het oog op de tijd na 10min, maar mijn armen waren inmiddels ook zo verzuurd!

Op dinsdagavond is er een hyroxtraining bij Brofit. De buikpijn is weg, nu is mijn verkoudheid het meest hinderlijke. Deze training gaat lekker. Veel push-ups, burpees, hangen aan het rek, kettlebell swings en sprintjes. Dit geeft een voldaan gevoel.

Op woesdagochtend begin ik om 6.15uur aan een upperbody krachttraining. Ook deze gaat lekker. En deze vind ik ook leuk! Wel zwaar. Pull-ups, hangen aan het rek en in de weer met een (net iets te zware) barbell. Als finisher is het nu 15min 50 push-ups afgewisseld met 1min deadhang. En die geeft voldoening als 5 rondes lukken en ik 5x een volle minuut in het rek kan blijven hangen. Toch hakt deze training er stiekem wel behoorlijk in.

Op woensdagavond is er eerst een uur power hour. Het is een heerlijk training. Al blaas ik mezelf volledig op met het tweede onderdeel. 12 Rondes van 12 kettlebel thrusters (16kg), 12 push-ups en 12 deadlifts (40kg, hierin heb ik geen keus). En dat binnen 20min. Ik doe keihard door, zonder pauzes en krijg de workout klaar binnen de gestelde tijd. Bij het onderdeel daarna heb ik weinig meer te koop. Ik voel m’n rug, waarschijnlijk door alle buikspieroefeningen van ’s ochtends en de dagen ervoor al. Ik maak me makkelijk af van de liggende knee-to-elbow, tot ik daar op aangesproken wordt. En de 6min buikspieren waar we mee afsluiten, voelen als een behoorlijke hel.

Het uur boksen daarna gaat lekker, als is de meeste energie wel weg. Ik baal als herhalingen niet geteld worden en over moeten, omdat ze te zacht zijn. Wat moet ik me verzetten om er meer uit te persen. Een plank vind ik altijd leuk, maar wil nu ook niet meer. En als we afsluiten met wederom een zware buikspieroefening en ik weer feedback krijg, geef ik aan dat het echt op is.

Op donderdagochtend twijfel ik lang wat ik zal doen. Ik ben op donderdag altijd vrij (ik werk van maandag tm woensdag) en besluit maar iets langer in bed te blijven liggen. Om 6.45uur begin ik toch. Ik voel me verkouden, erg moe en heb spierpijn in armen, schouders, buik en zware benen. Dit is de langste workout en ik weet dat ik hem niet klaar ga krijgen of in gedeeltes moet doen. Ik zet m’n verstand uit en begin maar gewoon. 1km hardlopen, overhead lunges met gewicht, pull-ups, burpees en wallballs. Het hardlopen gaat langzaam, bij de lunges beland ik bijna in de bosjes, bij de pull-ups is zelfs het elastiek niet genoeg, de burpees zijn hel en de wallballs moet ik opdelen. Ik doe twee rondes ipv drie, dat is genoeg voor vandaag. Ik nog even naar binnen om m’n zoon tussendoor te overhoren. En kort daarna ook de finisher in tot 10min; 100x touwtje springen afwisselen met 50sec wallsit.

De donderdag is een ren en vliegdag voor mij, huishouden, boodschappen, kids. Peter is de hele dag weg, dus ook voor het eten moet ik zorgen. Ik kan het niet over m’n hart verkrijgen om de kinderen ’s avonds de taakjes alleen te laten doen en dus help ik mee. Om 20.00uur laat ik de jongste tegen me aan in slaap vallen. Een half uur later nestelt Felix zich tegen me aan. Ik heb nog heel wat calorieën te gaan en dus ik eet ik een eiwitreep. Ik schrik elke keer wakker als ik een hap moet doorslikken. Rond 23.00uur maakt Peter me wakker om naar bed te gaan. Ik maak nog een eiwitpudding klaar, die ik met veel moeite, half slapend wegwerk. Wat ben ik op!

De uren slaap doen me goed, gelukkig, want op vrijdagochtend staat de langste duurloop voor de Enschede Marathon op de planning: 36km, samen met Afra. En dat moet net lukken in de tijd dat de kids op school zijn. Ik heb geen zin en krijg dat ook de hele weg niet. Gezellig is het wel. En wat maakt het me trots hoe Afra het gewoon allemaal flikt! We brengen samen de kids naar school. En tegen de tijd dat ik weer bij school sta, zit ik op 34,5km. Ik klets met de ouders, ja in mijn zweetkleren en mijn korte topje, waar ik voor het eerst het lef voor heb om in te lopen. De kids gaan allemaal spelen en dus kan ik op Felix zijn fiets naar huis fietsen. Best een avontuur met zware benen na zo’n eind lopen op een veel te kleine fiets. Ik zet de fiets achterhuis en loop de laatste anderhalve kilometer.

’s Avonds geef ik intervaltraining en neem ik mezelf voor om niet mee te doen, maar ja.. Het warmlopen en de warming-up doe ik mee. M’n benen voelen best oké. En als Stijn de versnellingen alleen moet lopen, loop ik grote stukken met hem mee. Het gaat zo hard! Ik haal op korte stukjes tempo’s van rond de 4min/km. Ik draai steeds iets eerder om dan Stijn en kan op die manier grotendeels bij hem lopen en mezelf toch een beetje sparen. Hij gaat nog veel harder!

Op zaterdagochtend doe ik de survivaltraining samen met Vera. Dit gaat steeds beter! Haar tempo ligt erg hoog en ze dwingt me daar wel in mee te gaan. Er lukt steeds meer. Ik krijg nog uitleg over techniek. Wat een voldoening geeft dit na alle pittige trainingen eerder die week!

Vanmorgen stond er een 5km op de planning, tevens mijn benchmark. Terwijl we zijn begonnen twijfel ik nog wat ik zal doen, met Felix meelopen of voor mezelf lopen. Ik wil m’n hardlooptijden weer verbeteren, maar ben er zo mee bezig. Waardoor er een druk op komt te liggen en ik het plezier er in verlies. Door mijn getwijfel is de druk er nu niet. Ik loop de eerste anderhalve kilometer met hem mee. Als ik hem opblaas, geeft hij aan dat ik moet gaan. Ik loop een stukje achter Stijn en finish ook een stukje achter hem in 26.44. Ik heb hem gelopen zonder dat vervelende gevoel, de snellere tijden komen wel. Ik ben blij! En trots op de jongens Vera en de andere lopers! Thuis doe ik de andere benchmarks nog. De burpees gaan een paar seconden sneller in 4.27, waar mijn doel binnen 5min was. De pull-ups komen tot 4 en een klein stukje, nog een weg te gaan tot 10, maar het begin is er. De thrusters doe ik met 27kg en daarmee kom ik tot 16, dat is nu de eerste keer zo. Ik ben tevreden!

Ik neem een bad en relax samen met de kinderen de rest van de dag! Er wachten nog wat klusjes, wat taken voor Running Miracle en ik duik vanavond op tijd onder de wol. Morgen begint een nieuwe trainingsweek die net zo uitdagend belooft te worden als deze. Ik heb er nu in ieder geval weer zin in! En ik hou de 24uur van de Ultimate Warrior in mijn hoofd! Die wil ik halen!!

Lieve groet, Cobie

Weg van de wereld

Ik sta in een sporthal, m’n rugzakje met startnummer op m’n rug. En ik kijk naar de bandjes om m’n pols. Het bandje van de Hyrox, waar ik vorige week aan meedeed. Het bandje van de survivalrun een week eerder. En het bandje van de Ultimate Warrior, die ik al twee jaar draag. Twee keer deed ik de 56km en dit jaar hoop ik de 24uurs te finishen. En nu, sta ik daar met mijn veel te zware trailvest, me klaar te maken voor het avontuur dat me te wachten staat. Te focussen, want focus was er weinig. Drie wedstrijden in drie weken. Drie verschillende sporten en drie keer diep gaan. Het kwam zo uit, zeg ik steeds. Ik kan niet kiezen. En ik wil ook niet kiezen. Ik kijk rond naar de mensen om me heen. Peter noemt het een parallel universum, waar de wereld die hier niets me te maken heeft, geen weet van heeft. En dat is het ook, zo voelt het ook. Ik heb al eens geprobeerd om het in een foto vast te leggen, dat kan niet. Het is de sfeer, het gevoel. Maar ook de verbondenheid, de berusting, het wederzijds respect. En zeker ook het respect voor het avontuur dat komen gaat. Allemaal getrainde mensen, mensen die dit willen, mensen die weten dat ze op een bepaalde manier hun grens gaan opzoeken. En iedereen berust daar in. Er wordt zachtjes gekletst, ook is iedereen in zichzelf gekeerd. Het is zo’n fijn gevoel! Er valt een rust over me. Zin om op mezelf aangewezen te zijn, om mezelf tegen te komen. Hoe dat gebeuren weet ik dan nog niet, dat het gebeurt, is iets dat zeker is.

We lopen met z’n allen naar buiten, naar het startvak. Er worden nog snel wat foto’s gemaakt en dan is er de start. Ik heb mezelf voorgenomen om rustig te lopen. Er is een tijdslimiet van 11,5uur. In Deventer liep ik 84,4km in 12uur. Dat was volledig verhard en ook volledig vlak. Hier is bijna alles onverhard en gaat het doorlopend op en af. Ik weet dat het een uitdaging gaat worden. Lange tijd meed ik dit soort wedstrijden daarom, maar ik wil verder. Ik geniet ervan. En dan moet je het risico op falen maar op de koop toenemen. Ik ben bang dat ik de laatste verzorgingsposten niet op tijd ga halen. Dat deed me besluiten om zo veel mogelijk mee te nemen. Ik woog m’n rugzak, 4kg gaf de weegschaal aan. En ik heb werkelijk geen idee of ik daar goed aan doe.

Ik word al snel ingehaald door de lopers achter me. En al na een paar kilometer ben ik de laatste vrouw en loopt er slechts een enkele man achter me. Ik richt me op mezelf, m’n benen voelen wat zwaar. Misschien was het geen goed idee om die laatste 200 wallballs een dag eerder gedaan te hebben. Hoe dan ook, ik heb het er nu mee te doen. Ik laat me toch enigszins meevoeren in het tempo van de mensen die me passeren. Ik heb m’n horloge op navigeren staan en heb in eerste instantie niet door hoe hard ik loop. Ik zet een ander scherm voor en zie dat mijn vermoeden bevestigd wordt. Ik spreek met mezelf af om energie te sparen, alles wat moeite kost, gaan wandelen.

Ik loop lekker. Ik geniet! De zon komt op, de lucht kleurt oranje. Ik denk aan mijn vriendin. Ze is ziek, ze voert een strijd om beter te worden. Deze week appte ze dat als de lucht oranje kleurt, zij bij me is. Ik denk aan haar. Ik denk ook aan wat Peter zei voor de start. Ik ben heerlijk in m’n eigen wereld. Ik voel me weer dat meisje van vroeger. Hele dagen was ik bij mijn tantes op de boerderij, buiten, in het bos bij hun huis. Rennen, springen, weg van alles, in de natuur. En zo voelt het nu ook. En ik denk aan waar ik het van de week bij de bootcamp met iemand over had; controle loslaten. En dat lukt, ik loop lekker, in het moment en ik zie wel wat de dag me brengen gaat.

Ik focus me op de verzorgingsposten. De eerste bij 13km, de tweede bij 27km en de derde bij 36km. Ik vul m’n waterzak bij, mocht ik te laat zijn bij een post, dan heb ik nog voor een hele tijd water. Ik drink cola, eet tuc koekjes en suikerbrood. En ik denk weer aan mijn vriendin. Zij nam suikerbrood voor ons mee naar de wampex. En we maakten deze week een deal. Als ik haar kan bezoeken en zij weer goed kan eten, dan gaan we samen suikerbrood eten.

Ik focus me daarna op de marathon. Die wil ik zonder kleerscheuren halen in een schappelijke tijd. De gehoopte 5uur wordt 5 uur en 18min, geen man over boord. Vanaf 27km loop ik met muziek. Het nummer “Miracle” komt voorbij. Dit nummer vroegen we aan op de radio, tijdens de Wampex op het moment dat mijn vriendin ik aan het kletsen waren. Er gebeurt iets met me, ik word overvallen door emotie. Het liefst wil ik heel hard huilen, maar er komt niks. Ik loop een klein stukje verkeerd. En dan appt Afra me. Als ik terug stuur hoe ik me voel, belt ze me. Ze weet precies de rake dingen te zeggen, tranen rollen over m’n wangen. Zo fijn om dit even te kunnen delen. Zij heeft samen met Niek een lange duurloop gedaan, wat erg goed ging. Wat voel ik me trots! We hangen op en het emotionele gevoel blijft bij me. Ik weet dat het bij het lopen hoort. Ik stop het vaak weg, maar op deze momenten als ik op mezelf ben aangewezen, komt het toch wel. Het is ook goed. Mensen appen met de vraag of ik geniet, ik reageer niet. Genieten is het niet, ik ben waar ik moet zijn, waar ik wil zijn. Ik berust er in, dit is onderdeel van deze reis.

Ik kom bij de post op 50km. Een man waar ik steeds wat om heen kruis, geeft aan dat ik me geen zorgen hoef te maken over de tijdslimiet. Ik maak me klaar voor een rondje Lemelerberg om een kilometer of 12 later weer bij deze post terug te komen. Er wordt al gezegd dat dat het zwaarste stuk gaat zijn. Ik bereid me er op voor en ook nu berust ik in wat komen gaat. We gaan van alle kanten de Lemelerberg op en af en grotendeels is het mul zand. Als ik iets is wat ik haat, maar op de een of andere manier maak ik me er niet druk om. Ik accepteer het en ga door. Meestal loop ik al ruim voor de marathon met buikpijn, nu niet. Het lopen met eiwitten vooraf gaat goed. Wel voelt m’n buik wat raar. Als ik er met m’n handen overheen wrijf, voelt het zo veel platter. Regelmatig moet ik wennen aan m’n lichaam. Ik kijk naar de schaduw van mezelf en herken mijn eigen benen niet. Het is een gekke gewaarwording.

Het is warm. Het is midden op de dag en dit stuk is pal op de zon. Mensen vragen mij of ik meedoe met die lintjes die overal hangen. Dat bevestig ik. Ze vragen me naar de afstand en als ik 80km noem, vragen ze in hoeveel dagen het is. Zij wandelen en proberen hun afstand uit te breiden. Ze lijken niet te kunnen bevatten wat ik doe. Ik noem dat ik een van de laatsten ben en geef impliciet aan dat het niet zo veel voorstelt. Door hun reactie word ik aan het nadenken gezet. Steeds komt het terug dat ik mezelf niet met anderen moet vergelijken. Onbewust doe ik dat nu toch weer, ik kijk naar al die vrouwen die voor me liggen. Dat ik die 80km uit ga lopen, is iets dat voor mij wel vast ligt. De reactie van deze mensen, is precies wat ik nodig heb. Als verderop meer mensen informeren, is mijn gevoel daarbij anders. Ik voel me trots en dankbaar dat ik het kan doen.

Rond kilometer 60 ben ik weer terug bij de post. Het lopen gaat daarna nog even lekker, maar plotseling niet meer. Ik voel me misselijk, het gevoel of ik koorts heb. Mijn huid doet zeer. Mijn lichaam zegt nee. Het is steeds erg warm geweest, ik had doorlopend een droge keel en dus veel gedronken. Misschien wel te veel. Ik had weinig trek in eten. Dat wat ik de hele dag heb gegeten, is veel troep geweest. Ik denk aan de Wampex vorig jaar, ik was de dag erna overtuigd dat ik de griep had. Peter noemde dat dat intense vermoeidheid is. En zo voel ik me nu ook, alsof ik een flinke griep heb. Ik slaap structureel te weinig. Als ik de nacht voorafgaande aan de trail 5 uurtjes heb gepakt, is het veel. Mijn lichaam geeft aan dat het niet meer verder wil. Ik wil het liefst in bed kruipen. Maar toch.. Ik weet dat je mentale stuk het kan winnen van het fysieke. Hardlopen lukt amper meer, steeds een paar honderd meter, afgewisseld met stevig door wandelen. En zelfs het hardlooptempo is eigenlijk geen hardlopen meer te noemen.

Bij 76km staat een bordje met een smiley en een sarcastische tekst. We moeten naar beneden de zandkuil in en vervolgens dat steile stuk weer omhoog. Ik voel me zo beroerd, kan amper op m’n benen staan. Ik spreek mezelf toe en push mezelf omhoog. Wiebelend langs een smalle rand, wat ik ben ik blij als ik het bos weer bereik. Plotseling staat er een bordje van laatste kilometer. Ik app Peter. Die kilometer blijkt toch anderhalf te zijn. Peter loopt me tegemoet. Ik val in zijn armen en wil gaan huilen, maar ik ben er nog niet. Hij legt een hand op mijn schouder, dat doet zo’n pijn, mijn huid doet zo zeer. Hij wandelt met me mee en samen sprinten we het laatste stuk. Er komt nog een man achter ons aan. Peter blijft me opjutten dat ik me niet meer mag laten inhalen. Dat gebeurt ook niet, maar eigenlijk kan het me niet zo veel schelen. Ik heb mijn doel gehaald! 11 Uur en 18 minuten deed ik erover, binnen de tijdslimiet! Ik praat met de vrouw bij de finish en vertel haar over mijn emoties. Zij begrijpt het.

We kopen een waterijsje, mijn keel staat nog steeds in brand en gaan daarna snel haar huis. Ik ben klaar!

Na een paar uur zakt het zieke gevoel en eet ik wat. Ik voel me heel blij. Dankbaar dat ik dit heb kunnen doen. En trots dat het me gelukt is.

Afgelopen nacht was wederom waardeloos. Mijn benen bleven ongecontroleerd bewegen. Mijn rug en schouders doen zeer van de rugzak die veel te zwaar was. En ik ben vroeg wakker. Het zieke gevoel is grotendeels weg. Er is nu een enorme honger voor in de plaats gekomen. Ik mag niet klagen, geen blaren, geen schuurplekken en ik kan de trap gewoon op en af.

Ik kijk terug op een prachtig avontuur! Mijn emoties hebben een plekje gekregen. Ik ben een mooie ervaring rijker. En ik heb mezelf weer wat beter leren kennen.

Lieve groet, Cobie