Effort

Regelmatig deel ik van alles op sportgebied. Trainingen, wedstrijden, samen sporten met mijn kinderen, mijn doelen, eigenlijk alles. Zoals jullie inmiddels waarschijnlijk wel weten, betekent het sporten veel voor mij. En ik vind het leuk om dit te delen. Ook hoop ik anderen er enthousiast mee te maken, misschien wel te inspireren zelfs. Ideeën op te laten doen. Of te laten zien wat er allemaal bestaat. En wat er mogelijk is. Ik krijg enthousiaste reacties, wat zorgt dat ik mijn verhaal graag blijf delen. En ook raak ikzelf verder geïnspireerd door wat andere mensen met mij delen.

Vandaag wil ik graag een keer een iets andere kant belichten. De weg er naar toe. Ik heb een groot gedeelte van mijn leven gesport en hier ook veel plezier aan beleeft. Als meisje begon ik met korfbal, gevolgd door jazzballet en dammen. Het laatste ging me redelijk af, van de andere beide bakte ik werkelijk niks. Ik was dat meisje dat bij de gymles als laatste werd gekozen. Aan schoolkorfbal mocht ik als reserve meedoen. Eigenlijk kon het me niet zo heel veel schelen, ik accepteerde het en sportte gewoon lekker door. Voor schooltijd, na schooltijd en in de pauzes was ik altijd in de weer. Touwtje springen, rolschaatsen en kunstjes doen aan de rekstok. Dit ging me allemaal iets beter af, hier kon ik meekomen met de andere meiden, waarschijnlijk door de vele uren oefenen. We hadden ooit een schaatstoernooi en ook daar kon ik meekomen. Ik groeide! M’n vader zag het, hij schreeuwde de longen uit zijn lijf. Ik kon niet remmen, dus ving hij me op na de finish. Hij hielp me naar een derde plaats. Wat was ik trots en blij!

Mijn ouders waren gescheiden, de meeste vrije tijd was ik bij m’n vader, samen met m’n broertje. En zo ontstond het dat we altijd aan het voetballen waren met z’n drieën. Toen ik me bij de korfbalvereniging buiten de boot voelde vallen, informeerde m’n vader of ik kon gaan voetballen. En zo stond ik tussen de jongens te voetballen. Dat werd vlak daarna een meidenteam. En mijn gedrevenheid zorgde ervoor dat ik ook al snel met de dames mee mocht doen. Zo speelde ik jarenlang iedere zaterdag twee wedstrijden. Ook hier was ik geen natuurtalent. Door het vele oefenen thuis en door mijn vechtlust, stond ik redelijk mijn mannetje op het veld. Ik was bereid om er veel voor te doen en stond dan ook standaard ergens op het middenveld. We waren een beginnend team met veel pubermeiden die andere ambities hadden dan voetballen. We verloren iedere wedstrijd dik. Het maakte mij niet uit, ik probeerde anderen te motiveren en genoot van het heerlijk bezig zijn.

In die tijd begon ik ook met paardrijden. Ik ben altijd dol op dieren geweest en na jarenlang zeuren over paardrijden, mocht ik er ergens halverwege middelbare school, eindelijk op. Het gevoel voor de dieren had ik wel, met het rijden zelf blonk ik ook niet uit. Ik was dat meisje dat tijdens 1 les 3 keer naast haar paard lag en er met tranen in de ogen opnieuw weer opstapte. Ik durfde steeds meer en ook nu merkte ik dat veel oefenen voor vooruitgang zorgde. Ik kreeg verzorgpaarden. Eerst een jonge Fries die net beleerd was, samen leerden we veel. En daarna een wat ouder paard, wat ik los achter me aan kon laten lopen, zij volgde. En ik mocht dat ene lastige paard mee naar les nemen, omdat de vrouw die er op reed, er niet meer op durfde. Ik genoot van de uitdaging. En na een tijdje was het paard rustiger.

In m’n puberteit veranderde alles. De sfeer in het voetbalteam was niet meer fijn en dus stopte ik. En wat lastige situaties rondom het verzorgpaard, zorgden dat ik me daar niet meer liet zien.

De liefde voor de paarden bleef, dus later in Enschede meldde ik me opnieuw bij een manege. Ik kon nu redelijk meekomen. En waar ik het springen eerder doodeng vond, kreeg ik er nu niet genoeg van. Ook hier werd ik al snel op de pittigere paarden gezet. Enerzijds vond ik het nog steeds spannend, anderzijds zocht ik de adrenaline ook op. Wederom was ik degene die 3x in 1 les naast het paard lag en met tranen in m’n ogen zei dat ik het niet nog een keer ging doen. Toch stapte ik er weer op en vroeg ik weer om de paarden met uitdaging.

In die tijd begon ik ook met hardlopen. En als er iets is waar ik nooit goed in was en waar ik een gruwelijke hekel aan had, dan was het wel hardlopen! Tijdens de voetbaltrainingen verstopte ik me met inlopen tijdens het eerste rondje en kwam ik tijdens het laatste rondje weer tevoorschijn. Het aanmelden bij de beginnersgroep is nooit serieus geweest. Ik vond dat ik iets moest doen. Ik hield mezelf voor om een paar keer mee te doen en dan tegen mezelf te zeggen: “zie je wel, niks voor jou, je hebt het geprobeerd, maar je kan beter stoppen”. In plaats daarvan lukte het elke training opnieuw om de voorgeschreven minuten te lopen. Ik had er plezier in. In plaats van 1 of 2 keer thuis oefenen, liep ik elke dag. Wel in het donker, zodat niemand me zag. En vloog ik door het schema heen. Ik mocht met een reguliere groep meedoen en dacht alleen maar, als ik toch zo ver ben als de mensen in deze groep. Ik schreef me in voor een kleinschalige 5km. Zwoegen werd het, als ik de foto’s terugzie.. En ik denk dat ik laatste werd. Toch hield het me niet tegen. Ik trainde veel en kon steeds meer meekomen met de groep. Ik bedacht me hoe het zou zijn als ik vooraan zou lopen. Ik liep samen met de andere vrouwen een 10km wedstrijd. Geen idee hoe ik het in moest delen, totaal onverwachts liep ik ze eruit. En vlak daarna liep ik ook vooraan in de groep. Ik liep steeds verder en steeds sneller. Ik werd opgemerkt door de mannen uit andere groepen die ook langere afstanden liepen en vond loopmaatjes in hun. Ik bleef m’n grenzen verleggen. Ik liep nu tijdens de duurloop op donderdagavond met de snelle mannen mee. Laat ik maar eerlijk bekennen dat ik er vaak met buikpijn naar toe ging. Het ging voor mij zo hard dat ik tijdens het inlopen mijn energie al spaarde door niet meer te praten. En tijdens de rest van het uur alleen maar kon denken: “bijblijven!” Elke donderdagavond was voor mij een 10km wedstrijd. Mijn tijden werden nog steeds beter. Voor de clubkampioenschappen bekeek ik de tijden van eerdere jaren. ’s Avonds in bed bedacht ik me hoe ik die tijd kon verbeteren, waarbij ik een eigen PR moest lopen en clubkampioen zou worden. En op de dag van de wedstrijd deed ik dat. Ik haalde een paar keer een podiumplaats bij een lokale wedstrijd. En bij een wedstrijd van de eigen club wilde ik de 10km nu echt eens onder de 50min lopen. Ik vond dat ik harder moest worden, aan mezelf moest laten zien dat ik dat kon. En dus heb ik die wedstrijd met oogkleppen op gelopen, nergens naar gekeken alleen maar de hele tijd gepusht. Lang lag ik eerste tot er ergens in die laatste kilometer wat gebeurde. Ik mis een heel stuk van de puzzel. Dit was mijn grens, ik heb me na de finish in het gras laten vallen. Mijn loopmaatje hielp me, ik heb hem niet herkend. Het duurde uren voor ik er weer helemaal was. Ik liep onder de 50min, ik was tweede geworden, maar de prijs was hoog. Ik had wel aan mezelf bewezen dat ik hard kon zijn. Ik liep steeds verder en ook dit ging me steeds beter af.

Toen ik in 2011 zwanger raakte, stopte ik met paardrijden. Het lopen wilde ik door blijven doen. Ergens rond de 30 weken, ging het niet meer. Met tranen in m’n ogen kwam ik wandelend thuis. Ik maakte plannen om een half jaar na de geboorte al weer een marathon te lopen. In de kraamweek keek ik het bezoek en de kraamhulp weg en knoopte ik ’s avonds stiekem mijn schoenen weer onder. Waarschijnlijk het aller slechtste idee. Geen natuurtalent en net bevallen, ik voelde me net een olifant. Het kon me niet schelen, ik liep weer. Natuurlijk werd die marathon niks, het opbouwen duurde eindeloos en ik wilde helemaal niet bij de baby vandaan zijn. En zo ging het ook voor en na de andere zwangerschappen. Ik berustte er nu iets eerder in dat mijn lichaam grenzen heeft.

Het uiteindelijke terugkomen op sportgebied was een lange weg. Toen Midas ongeveer 2 was, liep ik mijn eerste marathon weer. Heel langzaam, met veel stops. En ook mijn tijden waren zo ver weg van de tijden van eerder. In de corona tijd deed ik mee met allerlei online sportlessen. Ik had dit nooit live gedurfd, maar nu veilig online was het voor mij de perfecte kans om er mee kennis te maken. Ook hier was ik geen natuurtalent, maar omdat ik al snel alle lessen meedeed die aangeboden werden, ging ik ook hier wel vooruit. En na de corona wilde ik graag verder sporten en besloot ik me aan te melden bij een bootcampclub. Ik had door alle online lessen een mooie basis gelegd, waardoor ik met de bootcamplessen niet bij 0 begon. En wederom, door veel doen, merkte ik dat ik vooruit ging.

Mijn interesses werden breder, ik ontdekte de obstacle runs. Maar ook hier ben ik geen natuurtalent. En dus besloot ik dat het tijd werd om mijn techniek te verbeteren. Dus survivaltrainingen. En moet ik mezelf nog herhalen, wederom geen natuurtalent. Ik ging meedoen met een run. Volgens mij had ik bij werkelijk iedere hindernis hulp nodig en de hindernis waar ik geen hulp bij nodig had, eindigde ik eronder. Afgelopen weekend deden we dezelfde run weer. En nu lukte bijna alles, wederom door hard werken, veel oefenen, vooruitgang geboekt.

En eigenlijk is dat precies wat ik met alles wil aangeven. Je hebt allemaal je eigen pad. Je bedenkt je wat je wil. Je hebt daar redenen voor, drijfveren, motivatie. En je bedenkt je hoe je daar kan komen. Soms komt er iets spontaan op je pad en besluit je die zij weg in te gaan, ook helemaal prima. Welke weg je ook gaat, het blijft een individuele reis. Je kan je laten inspireren door anderen. Je kan kijken naar anderen. Maar wat jij doet, hoe jij het doet, blijft jouw eigen weg. Je zult obstakels tegen komen. En je zult er op een manier mee moeten dealen die bij jou past, waar jij je goed bij voelt.

Ga jezelf niet vergelijken met anderen. Dan doe je jezelf tekort. Het levert je een vervelend gevoel op als je niet kan opboksen tegen de ander. Bovendien heb jij er niks meer om. Het verandert niets, niet voor de de ander en niet voor jou. En natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ik ken het! Heel goed zelfs! In die tijd dat ik zo veel progressie boekte met het lopen, deed ik niets anders. Continu keek ik naar de mensen waar ik in de buurt liep. Ik wilde sneller lopen in de wedstrijd. Ik wilde vooraan lopen bij de intervaltraining. Ik wilde die snelle tijd die een ander gelopen had, verbeteren. Het voelde heerlijk als het lukte. Hoewel dat gevoel maar van korte duur was. En als het niet lukte, dan voelde ik de jaloezie in m’n hele lijf. Dagenlang baalde ik en ik moest mezelf echt weer oppeppen om verder te gaan. En soms betrap ik mezelf er nog op. Dan kijk ik weer iets te veel naar de ander. Is mijn motivatie extrinsiek. Gelukkig kan mezelf nu vaak terugfluiten. En anders heb ik tig mensen om me heen die dat voor me doen, me die spiegel voorhouden en duidelijk maken dat ik mezelf niet met anderen moet vergelijken.

Steeds vaker lukt het me om de motivatie in mezelf te vinden, intrinsiek. Mijn motivatie is het plezier dat ik er aan beleef. Plezier aan de trainingen. Nee niet altijd, soms is het ook verzetten en gaan voor dat wat het me op gaat leveren; plezier van het resultaat. De groei die ik bij mezelf zie. Het weten, merken dat ik steeds meer kan, dat ik steeds verder kan gaan. En de anderen.. Die heb ik zeker nodig! Ik trek me op aan anderen. Zij helpen me, al dan niet bewust, groeien. Ik kom verder doordat ik mee probeer te komen. Doordat ik zie wat er mogelijk is. Zij inspireren me. En ik denk, dat dat precies is hoe het bedoeld is!

Volg je eigen pad! Laat je inspireren en inspireer zelf anderen! Kijk hoe ver je wilt gaan. En wees bereid het werk te doen dat daar voor nodig is. En vergeet nooit: Plezier staat voorop!!

Lieve groet, Cobie